Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wil uitdrukken, een «op 't punt zijn van» te kennen geeft; het is eene soort futurumteeken. Hetzelfde is toepasselijk op Sam. ct. Bij de opsomming van alle tijdpartikels op bl. XXXVI vanP. Violette'sGramm. bestaat het woordje nog niet; bl. LXXIII vertoont het zich in de voorbeelden voor den Teg. T. A matou atu i tai. «Nous allons vers la mer.» In 't Wdb. onder a, 1. a, wordt het erkend als «signe du présent». Als eerste voorbeeld volgt: «A e alu». «Tu pars?» Ja, in 'tFransch spreekt men zoo, maar de Samoaeilander heeft met de meesten zijner medemenschen dit gemeen dat hij best zien kan, of iemand gaat of niet, tenzij de man blind is. Het is tamelijk ongerijmd iemand te vragen: «Gaat gij», wanneer hij reeds bezig is te gaan; maar er is niets vreemds in dat men iemand vraagt of hij voornemens is te gaan, want iemands gedachten ziet men niet. Dat een Engelschman Aou alu met «I am going» vertolkt, is onberispelijk, maar hij bedoelt daar niet mede een Fransch «je suis allant»; het is een vorm om een onmidellijk futurum te kennen te geven. Wij zeggen dan «ik ga», overeenkomstig ons spraakgebruik; en elk spraakgebruik berust op goede gronden, doch moet geen belemmering zijn bij 't leeren begrijpen van een afwijkend spraakgebruik, dat op de keper beschouwd op nog beter gronden steunt en van fijner waarnemingsvermogen getuigenis aflegt.

Sa is in 't Sam. even goed in zwang als in 't F., en staat meestal daar waar men in 't Latijn een imperfectum zou bezigen. In 't Mao schijnt het ten eenenmale verouderd. De oorsprong, of liever de geschiedenis van dit F.-Pol. sa is moeielijk op te sporen. Met Sang. sëng, uit san g of san, reeds, eens, durf ik het niet onmiddellijk gelijkstellen, want hoe dikwijls sëng ook in verhalenden stijl gebruikt wordt, vervangt het toch, in zooverre mijn beperkte kennis van 'tSang. zich uitstrekt, nooit het verbum substantivum, nochjav. dadi, Mal. djadi, enz. Misschien zal eenmaal, als de ontbrekende schakels gevonden zijn, een meer stellige uitspraak omtrent de verwantschap van Sang. sëng met F. Pol. sa mogelijk zijn. Wat Pol. ka, a betreft, dit houd ik voor eene korteren vorm van 't gelijkwaardige Mal. akan.

Het kenmerk van een Praeteritum is in 't F. a. Om 'tspraakgebruik hiervan te doen kennen, is het noodig ettelijke voorbeelden uit de Bijbelvertaling aan te halen; de twee door Inlanders gestelde stukjes achter Hazlewood's Grammar leveren niets op. Matth. 2, 2: «Ni keitou a raif?a na nona kalokalo mai (ïake, a keitou sa lako mai me soro vua;» «Daar wij zijne ster in 't oosten gezien hebben, en gekomen zijn om hem te aanbidden.» Men ziet dat het voldoende is eenmaal a uit te drukken en dat de kracht er van voortduurt in den onmiddelijk volgenden, met het vorige samenhangenden volzin. Te recht leert dan ook Hazlewood: «A, orsome other word, determines the tense, and then s a carries on the narative i n that tense, whatever

Sluiten