Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gata «gegaan». 1 Bijv. «Ko tehea o nga waka i pakaru», d. i. «welke van de booten werd stuk geslagen?» «/ hoatu taku hoe ki a wai», d. i. «Aan wien werd mijn pagaai gegeven (of: is gegeven geworden).» Ook in 't Tahitisch en Hawaiïsch wordt door voorvoeging van i het verleden lijdend deelwoord uitgedrukt: Te eva nel ia a Mataio.i ritihia ei parauTahiti, d.i. «Het evangelie van Matthaeus overgezet in de Tahitische taal». 2 Voor 't Haw. verwijs ik naar de voorbeelden in Chamisso's Haw. Spr. § 102 vg.

De beteekenis van Mao. kua is zoo volkomen die van Jav. wis, dat het voldoende zal wezen slechts eenige weinige voorbeelden aan te halen. «Kua ma mai te Karaiti i te mate,» d. i. «Christus is van den dood opgestaan»; «Kua tohia te tamaiti», d. i. «het kind is reeds of is gedoopt»; Kua mate noa atu taku papa», d.i. «Mijn vader was reeds eene poos dood (of eene poos geleden gestorven).» In verbindingen als «Inangeto kua maoa,» dat goed vertaald wordt met «it will be quickly cooked», beteekent k u a natuurlijk z. v. a. geheel en al; «het is aanstonds geheel gaar.» Hoe de beteekenissen van «reeds» en «geheel» samenhangen, daarvan is ons Nederl. al een sprekend voorbeeld.

In 't Sam. is üa 3 niet minder in gebruik dan in 't Mao.; als de Bijbelvertaling te vertrouwen is, kan men zelfs beweren dat er niet weinig misbruik van gemaakt wordt. Het in Matth. 1 telkens herhaalde «gewan» is vertolkt met üa fanaua. Doch 2, 10 moeten de woorden ua latou iloa beteekenen: «toen zij zagen»; de F. overzetting heeft daar n i rasaraida. Daarentegen weder 2, 1: Na fanau Jesu i Peteleema «toen Jezus geboren was te Bethleem»; vs. 2 wordt «zeggende» weergegeven met ua faapea mai. Het tegenw. deelw. wordt anders uitgedrukt door voorvoeging van 't relatief o, 4 gelijkwaardig met F. ka; het wordt ook als een voegwoord geconstrueerd :Nangaoi(?(ofö)matoumomoe, «hij heeft

1 Eigenlijk dragen deze vormen op ta, na hun naam niet terecht; het part. perf. pass. van t Skr. onderscheidt zich niet van 't medium; dus is dadr^ana, een part. perf. pass. of med., evenals bijv. in 't Griekscli eiQrjfiévoS het is.

- Buschmann, Gramm. Marq.-Taït. (1843), p. 188 drukt zich niet nauwkeurig uit wanneer hij zegt: «L'infinitif se marqué en taïtien par é devant le verbe, et le participo du passif par i précédant la forme du passif ou par cette forme seule.» Vooreerst is hierop aan te merken dat geene enkele M. P. taal zich de weelde van eenen infinitief veroorlooft, en ten tweede is i ritihia traductus, en ritihia, traducendus, of vertaald wordende, niet hetzelfde. I is in 't Tah. ook = O. J. i, en in waarde een relatiefvorm, bijv. Buschmann, Textes Marq. et Taït. (1843), p. 24: «Te feia i mau i te paraua ra,» d.i. «Al degenen die aan het woord getrouw bleven.» Buschmann teekent aan: «Jparticule qui précède le verbe au présent et au prétérit,» met verwijzing naar zijne Gramm. § 37. Daar blijkt dat hij allerlei i's dooreen gehaspeld en do waarde van geen enkele begrepen heeft.

3 Ua bij Violette is wanspelling.

4 Misschien o = Jav. këng, terwijl F. ka = kang is.

Sluiten