Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kelijk op eene h uitging. De verhouding van al deze woorden tot F. yawa, O.J. dawa, N. J. dawa, Mig. lawa, lang, is nog niet opgehelderd. Nademaal de beteekenissen lang en ver naverwant zijn, zooals men ook bij Skr. d I r g h a, en Lat. 1 o n g u s kan opmerken, bestaat er waarschijnlijk verband tusschen al de vermelde woorden, alsook met O. J. lay ü , N. J. lay u, loopen. Verg. nog Levu.

Balibali en balikali, averechts, dwaas, onhandig. Vgl. Mal. baliq adab, onbehouwen van manieren; N.J. walik, omgekeerd, achterste voor; këwalik, averechts; Sund., Day., Bat., Tag., Bis. balik, Mig. wadika. Beide, balikali en balibali, zijn m. i. ontstaan uit walik-walik; de uitstooting der w in 't eerste laat zich vergelijken met die in Bug. ëli, gewestel. O. J. ëli, voor wëli; waaruit N. J. ili.

Balimuri, na een ander vallen. Dit bevat als laatste deel muri, volgende, na, achter (z. Muri).

Baravi, zeekust, zijde van een berg of eiland. Eigenlijk eene samenkoppeling, in den trant van Jav. wëlas-arëp, e. dgl. van twee synonieme begrippen: ba =Jav. bang (z. boven onder Badua) en ravi, Ibn. dappit, oever, rand; Bis., Tag. dapit, kant, zijde, tot aan.

Basa, «level with»; vakabasa-ya, vergelijken. Ondanks dej vermoedelijk hetzelfde woord als Day. pasang, paar; vgl. 't afgeleide Jav. pasangan, wederga, paar; Mao. mahanga, tweeling.

Basanga of basonga, tak. Dit schijnt eene samenkoppeling te zijn van twee synonieme begrippen: ba = O. J. pang, enz. en sanga, Bis., Tag. sanga, Sumb. kasanga, tak. De vorm songa, uit sënga, is vermoedelijk ontstaan uit een oxytonon sangd, zooals 't woord thans nog in 't Bis. en Tag. luidt. Mogelijk is ba ook het voorvoegsel, daar wa in 't O.J. ook substantieven vormt (zie bl. 302 hiervóór).

1. Bati, werktuig om te tatoeëeren. Vgl. Day. bapatik, getatoeëerd; Tag. patik, schilderen; Jav. batik, batikken;Tombul. papantik, schrijfstift; mahapantik, schrijven; Bis. patik, merk; Day. pantik; stekel; bintik, schrift, teekening. Ten gevolge van het F. klankstelsel laat zich niet met volkomen nauwkeurigheid bepalen of bati gelijk te stellen is met batik of met patik of met pantik. De wortel is in allen gevalle tik of tik, welke twee varieteiten zelfs in 't Jav. voorkomen; vgl. Jav. patik, inleggen, en pantek, pin, Mig. fatsika.

2. Bati, spits, tand. Daar 't Day. pantik, stekel, en mamantik, prikken, beteekent, zou dit bati zeerwel met het vorige verwant kunnen wezen. Aan den anderen kant lijkt het oppervlakkig beschouwd verwant met kati, bijten; doch het woord beteekent ook «rand, zoom» en is synoniem met teve, lip (z. d.). Daar nu teve in hoofdzaak = Jav. lambe, lip, is, en

Sluiten