Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BlSA, vallen van den regen; bi sa, beregenen; Day. bi sa, nat; mambisa, natmaken.

BlTU (in den bergtongval uitgespr. b i t ü), bamboe. Mal. b ë tu n g, Day. b ë t o n g, Bis. b o t ü n g, O. en N. J. p ë t u n g, Mong. p a t u n g. De lange u in de uitspraak der bergbewoners van Viti Levu is een bewijs, dat een sluitende nasaal niet spoorloos uitvalt; hetzelfde hebben wij reeds opgemerkt van 't Samoa. De overgang van ë in i is in 't F. niet zeer gewoon, evenmin als in 't Jav., doch het ontbreekt ook in deze taal niet aan volkomen zekere voorbeelden, o. a. pitaya uit Skr. pratyaya (O.J. përcaya); p i n u d j u voor p ë n u dj u; i 1 i voor ë 1 i (w ë 1 i).

Biuta, wegwerpen; vakabiubiu, naar een ander land overbrengen. Vgl. Ponos. en Mong. piyot, schieten; en Bis. pyut, wegbergen.

Boi, ruiken, rieken; i-boi, reuk, geur; bona, stinken. De wortel bo sluit zich nauwer aan bij Mal. bau, Bat., Bug., Mak. bau, Tag. b£hu, Bis. b ah ü, Tombul., Tont., Sea.,Tond.,Bent.,Tonsaw. wou, Mong. bou, Ponos. umbau, Sumb. wau, Midd. Ceram hau, Kei. humau, Alor. wö, Timor. na-vö, Moa. n a-h uwu, Rotti. n a - b o, Sawu. do-wowan, Day. bëw au, ë wau, Mig. wau, Mao. h au n ga 1, dan bij O. J. en Sund. ambö, N. J. ambu, reuk; en N. J. ambung, ruikend kussen; Sund. ruiken. Niettegenstaande 't N.J.ambu regelmatig uit a m b ö ontstaan kan zijn, moet er een am b u of m b u, benevens varieteit ambung, bestaan hebben vóór ambo; dit ambu was een zwakkere uitspraak van ambau, gelijk bijv. laku van lakau. Uit wau of mbau ontwikkelde zich F. bo. De i in boi staat in waarde gelijk met aanh. an, (vgl. Sesake qoa, stinken), en in zooverre is boi te vergelijken, zoowel met Sund. ngamböan, beruiken, als met a-amböan, in den neus krijgen. Te Murinaten (Z.-W. Ceram) beteekent boin, geurig.

Bokola, lichaam van een in den oorlog verslagen vijand bestemd om opgegeten te worden. Naar den vorm te oordeelen zou dit verwant kunnen wezen met O. J. en Bal. b ë k ë 1, teerkost, leeftocht; maar in beteekenis komt het overeen met Ibn. bakal an, in den oorlog verslagene. Ik geloof het bëkël, waaruit F. bokola, d. i. bokol-an, ontstaan is, te mogen houden voor eenen bijvorm, met zwakkere uitspraak, van bak al. Hoe nu Mal. bakal, Jav. bakal, grondstof; Tag. baka 1, ijzer, in verband staat met Bis. bakal, wisseling; Ibn. twist, en verder met O. J., Bal. en N. J. bëkël, leeftocht, en ondergeschikt hoofd, Mal. bakal, leeftocht, vereischt een nader onderzoek, waar ik mij hier niet in kan begeven.

Bola, kabola, gespleten, gebroken. Mal., O. en N. J. bëlah, gespleten,

1 Dit veronderstelt een ouder wahu.

Sluiten