Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

balao, Binongko wolawo; Rotti lavo. Dit laatste bevat alleen den stam. Merkwaardig is de afwisseling tusschen de twee verschillende voorvoegsels wa en ka; eene afwisseling, die in bepaalde gevallen reeds in de grondtaal moet bestaan hebben, want anders zouden de opgegeven vormen onverklaarbaar wezen.

Kalia, scheiden; kaliraka, met geweld scheiden. Vgl. O. J. k a 1 i h , N. J. k a 1 i h, twee; N. J. en Bal. palih,malih,in tweeën deelen, splitsen ; van eenen stam alih, Day. verwisseling, Jav. verhuizing, Tag. ali.

KALOU, god. Mogelijk hetzelfde woord, behoudens't voorvoegsel, als N.J. luhur, verheven; luluhur, de voorvaderen. Ik vermoed dat Nuf. korowar, afgod, hetzij ontleend of oorspronkelijk in deze taal, hetzelfde woord is.

kamikami')a, zoet, aangenaam. Het woord zal eigenlijk wel «zoetig» of «zeer zoet» beteekenen (vgl. bl. 306 hiervóór); de stam is amis, nog over in 't Sund. in den zin van «zoet», Lamp. mis, Tond. ëmmis, Tonsaw. ëme. Het Tag. en Bis. hebben tamis, matamis, Ponos. motami, Bent. en Bat. mamis, Mig. mamv; Mong. heeft den frequentatief- of intensiefvorm m o r o m i m i t. Het Sumb. m e m i ', is hetzelfde woord als Bat., Bent. mamis, Mig. mamy, doch beteekent «gaar, gekookt». Het Mal., Jav. en Day. hebben met andere nasaal: m a n i s.

kana, eten. Uit M. P. kan 2 en aanhechtsel an; Kani is een secundaire

stam (zie bl. 333 hiervóór).

karavau, rund. Amb. kë rb au . rund. In verreweg de meeste verwante talen beteekent hetzelfde woord den buffel: Bis. kalabau, Mong. karo mbou, Sumb. karamboa, Mal. karbau, Tonsaw. karwou, Tombul. kërwou, Ponos. k ah a m b o u , Jav. k ëb o. De uitgang au in 't F. is niet geheel regelmatig en waarschijnlijk te verklaren als ouderwetsch, daar t geheele woord min of meer verouderd is. /

kari-a, schrapen. Mak. k a r i, Bug. k ë r i, schrapen ; Amb. k e 1 i, e r i, scheren. Nauw verwant is Tag., Bis. kalis, schrapen, scheermes; niet te

verwarren met kalis, kris.

*Karo, karokaroa, prikkelend, ruw op het gevoel. Vgl. ngadro en Ngkarota, alsook Sund. garo, krabben; Mota gagar, schrapen; gagara, jeuken.

kasabura, uitgebroken, uitvloeiende (van etter). Vgl. O. en N. J. samburat, met een straal uitspuiten (van bloed uit eene wonde). Vgl. bura; Jav. boro t, lekken, en Mal. sambu r, Jav. sëmbur, spatten, uitspuiten.

' In 't Sumb. is é als Umlaut van a, ten gevolge eener i in de volgende lettergreep, oven regelmatig als in de Duitsohe talen.

2 Tag. kain, Bis. kaon zijn ontstaan uit kaën, eene gerekte uitspraak van kan; in 't Tomb. wordt kan nagenoeg als kan uitgesproken.

Sluiten