Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

y a - d i, deze, dit; en vgl. Bat. i «bepalende iets dat bij den spreker of den aangesprokene bekend, of wel door hen vermeld is geworden * ; na klinkers wordt in 't Bat. si gebruikt; bijv. disi, aldaar; tusi, derwaarts naar bewuste plaats. In 't Bug. wordt een aanwijzend e als een achtergevoegd lidwoord gebezigd: ë s s ó w - e, de dag; u 1 ü w - e, het hoofd.

Rika, loopen, springen; rikat-a, trans. Jav. rikat, rasch, gezwind, vlug.

RlKO, beven; sidderen. Day. rarigut, marigut, beven, schudden; O. J. rigarigu, opgeschrikt; N. J. regu, gestoord.

Riva ; zie Sau-riva.

RlVl-RIVl, vierkant. Day. r i p i - r i p i h , kantig; p a r i p i h , zijde, kant.

* 1. Ro, neerstrijken, nestelen; rova, neerstrijken op, nestelen op. O. J. dëpa, rëpa; Sund. dëpa, ngadëpa, voorover vallen; N. J. rëpa, Tag. dapa. Vgl. ook N. J. andëpa.

2. Ro; ROTAKA of VAKAROTA, bevelen. Misschien Ibn. dob, bevel; doch zoo deze vergelijking juist is, moet de t in VAKAROTA onorganisch zijn.

roko, gebogen houding ;rokova, eerbiedig buigen voor. Vgl. Jav. doko,

Mak. dongko, Sund. dongko, gebukt, ineengekromd zitten; en Jav. d ë k u , zich eerbiedig voorover buigen, knielen ; Bis. d o k u ; vgl. ook Day. r ë k u t, krom naar voren buigen ; welks t in 't F. ROKOTA, een boog buigen, bewaard kan zijn.

ro-kuita, naam van eene kwaal. Uit ro, verkorting van roro (z. d.) en kuita, inktvisch. Waaraan de kwaal haren naam te danken heeft, is mij onbekend.

rongo, gehoord worden ; rongoiïa, hooren.Bis.,mong.dongog, 1 ag. dingig, Sang. dingihë, Bent. ringi, O. J. rëngö, N. J. rungu, met de bijvormen dangët en dengër, Mal. dangar , Mig. r e n y, Sumb. rongu, Kei dënar, Aru rëngar, Alor dënga, Timor nena, Sawu r ë n g ë, Binongko p i n d o n g o.

Rongko-veinu, de armen samengevouwen hebben wegens de koude; i-rongkorongko, «a present to the child of a chief when newly born» ; rongkota «to hug, or carry in the arms;i-rongko,asmall matfornursing children on». Vermoedelijk is rongko slechts eene andere uitspraak voor, of althans stamverwant met roko, gelijk Jav. dëngku hetzelfde is als d ëk u , zich eerbiedig buigen, knielen ; ook van dieren: met de knieën van de voorpooten op den grond gebogen ; vgl. Jav. s i d ë k u, op de knieën met voorovergebogen bovenlijf; s i d ë k u s, met gebogen knie en samengevouwen beenen ; d ë n g k u 1, knie; O. J. dëngku la k ë n , samenvouwen (de beenen). Zoowel in rongko als in roko moet de tweede o uit eene u ontstaan zijn. Met welken medeklinker de F. vormen eenmaal sloten, is niet meer uit te maken, en dit is dan ook eene zaak van minder belang, daar t

Sluiten