Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SOKO, zeilen; sokoti fïangi óa, een slechten wind bezeilen; Tombul., Tont., Sea, Tond. sëngkot, sumengkot, Tonsaw. sëngot, sumëngot, zeilen. 1

SOMI^a, drinken. Daar t en s in 't F. wisselen, o. a. in sosomi of tomitomi, naam van zekere heester, laat zich vermoeden dat somi^a overeenkomt met Tag. tamis, zoet; vgl. dramkJa en kamikami(?a. Bij SoMi&A. behoort I-SOMI Ni WAI, bovenlip.

somo, vuil, morsig; somosomoa of somosomota, hetz.; somota, zwart verwen. Verwant met Jav. tjëmëng, zwart; tjëmër, vuil; tjemot, vuil, morsig. De stam van 't F. woord zou in 't Jav. luiden tjëmët, waaruit tjemot zeer wel kan ontstaan zijn, aangezien de ë vóór nasalen meermalen in eenen helderder klank, iof e, bijv. pinudju, dengër, overgaat, en nu en dan o wordt.

SOMU, de zuiger van den inktvisch. Misschien Tombul. sëmur, muil.

SONOSONOUA, toornig blikkend. Vgl. O. J. sënö, sënën, glans, schijn; Sund. sönö, vuur. Het F. woord is afgeleid met aanhechtsel an en beteekent dus eigenlijk: vlammend, vurig (van blik).

SORO, om vrede of vergiffenis smeeken; huldigen ; I-SORO, wat men aanbiedt als vergoeding, middel om vergiffenis te erlangen; SOROVAKA ofSOROwaica, voor een ander smeeken. O. J. sërëh, o.a. aanbieden; Sund. soroh, hulp vragen door iemand goederen aan te bieden; O. J. bijvorm, ook N. J. suruh, Mal. suruh, boodschap, bevel; Dav. soho, Tag., Bis. sügu, afvaardigen, zenden.

SOROKA, «to push aside with the hands, or to draw acurtain». Jav. sorog of s o rok, van zich afschuiven, voorschuiven. Eigenlijk m.i. hetzelfde woord als sërëg, voortdringen, opdringen, vervolgen in rechten, dat in 't O. J. zoowel srëg als srëk geschreven wordt.

SoSA, ongeduldig, vermoeid van de drukte. Vgl. oóa en Jav. susah, beslommering, last, bezorgd; en sësa, haast; Mal. susah, last, zorg, moeite. Sosa kan samengesteld zijn uit sa, met, en Jav. usa; vgl. Jav. gusah of gësah, wegjagen ; het kan echter ook uit Jav. sësa -}- an gevormd zijn.

SOSO urfu, den neus toestoppen; vakasoso, opstoppen; vakasosonga, aanvullen. Jav, sësël, stop, prop; nësël, toestoppen, dichtmaken. In 't Tombul., Tont., Sea en Tond. beteekent sësël «zuinig», eigenlijk «dicht» (van hand). De tig is vermoedelijk uit eene n ontstaan; en l en n zijn evenzeer aan verwisseling onderhevig.

sosomi; i-s. «a thing planted in the place of anotherthathasdied: hence a successor». Klaarblijkelijk is somi het O. en N. J. sëmi, jonge loot, bot, uitbotten, uitloopen. Dat een jonge loot figuurlijk eenen opvolger aanduidt,

1 Het hier volgende Somai is geschrapt. (Noot van 1916).

Sluiten