Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Apulupulu, kleverig, van pu 1 u, gom, kleverige stof; apulupulutia, met eene kleverige stof bestreken. Zie PULU 2.

*Asi, zekere kwaal. F. kasi, a disease, an abscess.

ASIOSIO, wervelwind. Van denzelfden stam als O. J. h a 1 i s y u s, N. J. 1 e s u s.

Aso, dag. Zie boven bij Ao.

' ASO (kaho), dakspar. F. kaso.

1. ASU, putten (water). Jav. a n gs u.

2. Asu (au), rook. Tag., Bis. asu, Tombul. sus uw, Bent. suw; daarentegen met sluitmedeklinker/: Ibn. atup (voor asup), Mal. as&p.

*Ata (ata), schemering, schim, beeld. Misschien verwant met M. P. mata, oog.

vAta (kata), lachen. Van denzelfden wortel als Jav. latah, schaterlachen.

Ate (ate), lever. F. y a t e.

Atea (atea), opgeruimd ; ateatea, ruim. Dit kan eene afleiding wezen van eenen stam die in 't Jav. teh, helder, luidt.

ATI, lees aTI (kati), bijten. F. kati.

Ato (ato), een huis dekken; atof-al, dekken met; Mao. atohia, te dekken. O. en N. J., Tombul. atëp, Mong. en Bis. atop, Tag. atip, Mal. ó.tap.

"Ato, korf, doos, zak. F. kato.

1. Atu, rij, reeks, rangorde. F. yatu.

2. Atu (atu), heen, derwaarts; geeft eene verwijdering te kennen. Vgl. Bat. ad u wi, ginds, ginder (uit ad u -f- i; zie v. d. Tuuk Tob. Spr. § 141)?

Atua, God; algemeen Polyn.: Mao., Tah., Marq. id.; Hawaii akua, Tonga ho t ua. Stamverwant met O. J. atuha of atuwa, oud, aanzienlijk; Day. hatua, held, man; Niasch atuatua, vroed, wijs; Mak. towa, oud, grootvader; Tuwa-longrong, Bug. Towa-longrong, de eerste der voorvaderen. Men zou ook kunnen denken aan Mak. matuwa, gelukzalig, machtig, eene niet ongewone benaming van God; dit t u w a schijnt identisch te zijn met Day. t u a h, geluk; waarvan b a t u a h, gelukkig. Aangezien bij de M. P. volken de vereering der voorouders zoo zeer op den voorgrond treedt, acht ik het niet onwaarschijnlijk dat men met Atua vooral het denkbeeld van oudvader, — de Indiërs zouden zeggen Pitamaha, eene gewone aanduiding van Brahma den Schepper— verbond. De oorspronkelijke vorm van 't prefix is onzeker; de a zou uit eene d a = O. J. d a, bijv. in datu, kunnen ontstaan zijn; doch ook in dat geval ware atua «De Heer», en «De Oudere».

Au (au), ik. F. au, M. P. a k u.

Sluiten