Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fel schijnen (van de zon); stam sënö, felle glans, als vertaling van Skr. tejas; Sund. sönö, vuur. Aes pan, uitkijken naar, uiteen es (voor yas) blikken, schouwen, Oj. awas. Ahes, uitkomen, a en hes = Oj.enz. wëtu; de u is overgegaan in i, waardoor t werd s. Ages, bijten, uit a en ges, Fi., Sumb. kati; de t is vóór i overgegaan in s, en de a is e geworden wegens de volgende i, thans verdwenen. Aiyu, liefhebben, behagen hebben; Oj. ahyun; ook aiyu als adjectief «lief»; beide uit «en hyun, zoodatde beide beteekenissen van 't prefix in 't Oj. hier teruggevonden worden. Afwe, pagaaien, voor afoe, afohe, terwijl zonder voorvoegsel alswkw. dienstdoen Mota wose, Oba hue, Vatur. vose, Rotuma hosi, Fi. vode, enz. Het is m. i. alleszins waarschijnlijk dat al deze talen eenmaal even goed als 't A. bij 't wkw. het prefix hadden; immers 't Nj. vertoont hetzelfde verschijnsel, al is het niet in dezelfde mate: behalve vóór eenlettergrepige stammen, waarbij «stand houdt, begint a hoe langer hoe meer verwaarloosd te worden, zoodat de taal in dit opzicht op weg is het voorvoegsel geheel te verliezen ; het gevoel van de beteekenis van a is reeds geheel weg, zoodat het als een zuiver phonetische voorslag opgevat wordt.

Soms is a gewijzigd tot e door den invloed des klinkers in de volgende lettergreep ; dus eget, zien, voor akita; later is de z zelve door invloed van a overgegaan in e, en ten slotte is de a afgevallen.

Het prefix treedt niet enkel op bij eenvoudige stemmen, maar ook bij dezulke die van een suffix voorzien zijn ; bijv. atelmoi, begraven, uit a + telmoi, d.i. tanëm, met suffix oi = ai, uit aki; in 't Oj. is ananëm, begraven ; doch 't achtervoegsel is begrijpelijk, omdat men 't woord kan opvatten als «een voorwerp begraven», of ook «door te begraven opruimen». Mogelijk zou oi ook uit oni ~ ani te verklaren wezen, want Erom. heeft tanemi; hierdoor zou 't geheel den zin krijgen van «ergens of iemand begraven»; vgl. Oj. tanëman, een begravene, te begravene. Egetai, een ding zien of vinden, Luk. 15, 6, uit e voor a -f- kita + ai uit aki. De reden waarom a in atelmoi niet e geworden is, is dat de c in tel m niet oorspronkelijk, niet uit i, maar uit a, wegens verdoffing, voortgekomen is, want de stam is tanëm. Admoi, iemand kussen; aan iets zuigen, uit een stam dmu, blijkens edmudmoi, -f- i of synoniem ani. Zeker is dit voorbeeld niet, daar admoi ook aan een andamwani zou kunnen beantwoorden, zoodat het prefix het met nasaal geslotene prefix zou kunnen wezen. Doch meestal heeft A. a ook vóór met suffix samengestelde stammen, blijkens egetai, atelmoi. In dit opzicht wijkt A. af van 't Jav., Mal, Makass., Bat. doch in 't Bug. wordt a ook gebruikt als voorvoegsel bij samengestelde stammen; dus aguruwi, leeren van; asiyorëng, bezigen om meê te binden1.

1 Voor andere voorbeelden zie Matthea, Boeg. Spr. (1875), blz. 96, vgg.

Sluiten