Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verl. T. verbonden wordt; aldus na te lehe, ik zag; o te lehe, gij zaagt; ne te 1., bij zag; yi te 1., wij (incl.) z.; ma te 1., wij (excl.) z., mi tel., gijlieden zaagt. Zoo ook in Arag: 1. nan rahu, ik was ziek, uit 1 ps.en n, verkorting van nu, 't verleden uitdrukkende; 2 ps. gon r.; 1 ps. mv. incl. tan; excl. gan. A in as zou een versloffing kunnen wezen van een te veronderstellen ka, dat o.a. in het Tag. voorkomt als zwakkere bijvorm van ikau, doch ik acht het waarschijnlijker dat het een gewijzigde uitspraak is van o, vooreerst omdat o uit ko, Oj. ko in ettelijke naverwante en naburige talen, Ambrym, Espiritu Santo, Ulawa, Wango evenzoo wordt aangetroffen, en ten tweede omdat een k wel licht vóór een o, u, iwegvalt, maar niet zoo licht vóór een a. Is is uit ie, ouder ia -)- si, enz. In intis is in ten onrechte ingedrongen uit het Praesens; tis uit ta, verkorte vorm van kita, wij (incl.) -fsi; ook egris berust óp verkeerde analogie met het Praesens. De «in akis is in 't geheel niet te verklaren, want het Nominatiefteeken in aijaua, gijlieden, kan niet hiervoor dienen; kis moet uit zoo iets als kimi, kemi, zooals de 2 ps. mv. luidt in Gaua, Vanua, Lava, Motlav, Norbarbar, -)j ontstaan zijn. Eris voor r(a) -j- is dankt zijn e wederom aan gewaande analogie van 't Praesens. In den Dualis bestaat de 1 ps. incl. en de 2 ps. uit dezelfde vormen als in het Meervoud, maar met den vollen subjectsvorm in den Dualis van die voornaamwoorden achter 't woord. Egrus en erus verschillen in zooverre van egris en eris, dat ze u voor i hebben; het zijn blijkbaar de eenigszins gewijzigde vormen van het Praesens egrau en erau, die een verzwakt ru a, ro bevatten gevolgd doorj. De Trialis bestaat oogenschijnlijk uit een woord voor «drie» en s, doch in de bijbelvertaling, o.a. Luk. 9, 32, luidt de 3 ps. ehtijis, dus met hetzelfde eh dat ook in 't Praesens taij voorafgaat en met verzwakking van ai tot i\ zonderling is de bijvorm ektijis Joh. 1, 14, e. e.

De vormen van den Tegenw. T. zijn niet zoo doorzichtig. Ze luiden als volgt:

Enk. Mv.

1. ek asaing ainyak 1. } inta aSainS akaiJa (mcL)

t egra » aijama {excl.)

2. na ■» aiek 2. eka » aijaua

3. et » aien 3. era » ara

Tweev. Driev.

j | intau asaing akaijau (incl.) | ehtaij asaing akataij (incl.)

ecrau » aijumrau (excl.) < » » aijumta (excl.)

2. ekau » aijaurau 2. » » aijautaij

3. erau » arau 3. » » ahtaij

Sluiten