Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lepleh n'imtam imi eugainyak, wanneer ik terugkom, zal ik u den prijs teruggeven, Luk. 10, 35; aku wit alaingaheni aijaua, jim egilpat (1. ehgilpat) asan tas et idivaingilpuatimiaupat, wanneer gij bidt, gebruikt niet veel woorden zooals de heidenen, Matth. 6, 7; va aku wit emesmas aijaua.erupulehpangauaarairai imnim i n y i ameniraiijimesese, opdat wanneer gijl. dood zijt, zij u zullen opnemen in verblijven die eeuwig zijn, Luk. 16, 9 ; er u wi t ikn i gaua ara jim aktaktai in tas ineing aijaua aki asaing, wanneer zij ulieden overleveren, denkt er niet over wat gij zult zeggen, Matth. 10, 19; eka mun ahesmoij aijaua, eru wit asan tas vai gaua a ti m i, zalig zijt gij, wanneer u de menschen smaden, 5, lljetpuyetpam n'adiat ijiehki, aku witmeritaijauan'almoivaingn'adiat inyi e thi o In hal o n'atimi, jam eti egetai, die dag zal komen, wanneer gij een der dagen van den Zoon des menschen zult willen zien, maar gij zult dien niet zien, Luk. 17, 22.

In al deze volzinnen wordt gedoeld op een geval in een onbepaalde toekomst; men zou dus kunnen spreken van een Onbepaald Toekom. T. Ook het Preasens komt met wit voor; bijv. et wit ti pan itag n'adiat inyi e se ij, ek pu lep nusjai ainyak, wanneer drie dagen verstreken zijn, zal ik weder opstaan, Matth. 27, 63; hier is het toekomstig geval gedacht in een bepaalde toekomst, op den derden dag. Min of meer bepaald is ook: ek wit ti pan itag n'adiat inyi ti elpat, eri ti lep alum nyak n'atimi a n'obohtan, wanneer niet veel dagen verstreken zullen zijn, zullen de menschen mij niet meer zien, Joh. 14, 19. Minder duidelijk vs. 3: ek wit apan ainyak um yegrei i n (!) uarin imi gaua, ja par lep ham, u m 1 e h g a u a i m i nyak, waar de Engelsche tekst heeft «And ifl go», maar toch is wit hier niet «indien»; in de bedoeling des vertalers heeft gelegen; «al ga ik nu om een plaats voor u te bereiden, is het toch om terug te komen en u bij mij te ontvangen.»

Het element u herinnert aan de partikel u, zonder bepaalde tijdelijke beteekenis in Maewo, Fate en Sesake, doch deze wordt toch anders gebruikt, bijv. in Maewo: kamu u 1 o 1 o m u u lailai, gijl. wenscht te nemen, en is niet een toevoegsel bij een ander met het pers. vnw. verbonden partikel 1.

Voorwaardelijke zinnen worden ingeleid door 't voegwoord el, indien, dat met verschillende Tijden verbonden kan worden. Bijv. el et atahaijinga n'atimarid, egru pu tas ehelenaijama, umimyiahras gaua, indien de landvoogd het hoort, zullen wij tot hem spreken, en u vrijwaren, Matth. 28,14; elekamun ato nyak aijaua, el eka mun lep ato Etmak aijaua, indien gijl. mij gekend hadt, zoudt gij ook mijnen

1 Zie Codrington o. c. p. 412; 463; 473.

Sluiten