Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hout, spaanders); dabarab, zich verbreiden van vuur. Al deze woorden komen nauwkeurig met elkaar overeen dat ze geredupliceerd zijn. In 't Iban. staan de vormen zonder en met voorslag naast elkaar. De a of ha is als voorslag vóór ren/ even gewoon in de verwante talen als de t in 't Grieksch

in hetzelfde geval.

ALAMUD, to open, as an embankment. Vgl. Mota lala, open, en A\ AMUD, to break. Er ligt dus in de samenkoppeling 't begrip: openbreken.

ALGEI, openslaan. Mota lik, to open with unfolding motion, like, to open by turning back a cover. Algei en like hebben het trans, suffix i.

AlGINWAN, zich worgen (niet v. act., zooals Inglis opgeeft, maar intrans.), eigenlijk: zich den hals omdraaien; Matth. 37,6; (is) um ispun alginwan (aien), en worgde zich zelf. De geheele uitdrukking is een samenkoppeling van drie woorden: algei en n'wan, nek. Brengt men dit in verband met algei, to wattle; algehni, to finish, as a house, dan rijst het vermoeden dat lge eigenlijk omdraaien of dgl. is; alge nwan zou kunnen vergeleken worden met Jav. lëkër of likër, rond van omtrek; omheining; algehni, uit alge en ehni, voltooid, komt vrij wel overeen met algei, to wattle. En een boek openslaan, to turn over leaves, is toch ook een omslaan, omdraaien; ook Mota like is «to open by turning back a cover.» Verder is met lëkër verwant Iban. lakkat, ontgrendelen, openmaken. Een ander verwant woord is Mota lago, cylindrical large basket of flattened bamboo; vgl. Day. rakar (door dissimilatie voor lakar), een van rottan gevlochten onderstel voor potten wanneer men ze van 't vuur neemt; verwant met rakëran, wat ineengerold is; Mal. lëkar, soort mandje van rotan om potten of pannen die van 't vuur genomen zijn op te zetten; Bal. lëkëh.

Algauwaing, een water oversteken, wadende of in een boot. Uit algau, Mota lagau, oversteken; en wai, water. De samenstelling wordt als een woord behandeld en krijgt het suff. ng uit ni.

ALEUG, gekronkeld; wkw. kronkelen. Vgl. Jav. likung, lengkong, kronkelen, Makass. leko, lengko; alsook Iban, leku, winding.

ALMOI, een ding zien; ook: meer dan één ding zien; alum, zien. Alum, O. en Nj. anëmu, vinden. Almoi schijnt zoowel suffix aki, als ni, ani, te hebben; in 't laatste geval kan het met Jav. anëmoni overstemmen. Zie voorts blz. 187.

ALO,braken,spuwen.Mota,Fi.,Tomb.,Tont.,Tonsaw. lua, Malag. loa,

hetz.; Sund. luwah, sirihspeeksel. Alwai, uitspuwen; Mota luag, Sam. luai, Maor. ruaki, Fi. luaraka, uitbraken; Day. malua, zonder suffix.

aluma (ontbreekt bij Inglis), te drinken geven aan; 't onmiddelijk object is een persoon, welk object, zoo het een vnw. is, uitgedrukt wordt door 't possessiefaanhechtsel, gelijk bij Alaa.Bijv. Is ehtele nyak ainyak, ja akis

Sluiten