Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Benten. wou, Ponosak. umbau, Tag., Bis. b ah u, Sesake q o-a, komt i p i n uiterlijk meer overeen met Jav. a m b u n g, kussen, dat trouwens ook in een ruiken, beruiken bestaat; Sikka waung, rieken, maar wauk, stinken. De i in de laatste lettergreep van epi en ipin is in elk geval uit u ontstaan. Ook in Fi. heeft een stam met nasalen uitgang bestaan, blijkens bona, stinken.

iseg, iseug, op iets steunen. Het is tevens een substantief, dus identisch met Fi. itoko, staak, stut; waaruit volgt dat het A. eenmaal, gelijk Fi., Mota, Iban., Bis., met behulp van een prefix i substantieven vormde, die een werktuig aanduiden; bijv. Mota isar, speer, van sar, doorboren; Iban. i b i g a d, iets waarmee men slaat, van b i g a d, slaan. En uit het werkwoord iseg, iseug is op te maken dat in A., evenals in Tag. en Bis., ook werkwoorden met voorvoegsel i gevormd werden met de beteekenis: tot datgene gebruiken wat de wkw. stam te kennen geeft; bijv. ibagsay, ibogsay, wordt gebruikt om te pagaaien; zoo is ook gevormd iseg, gebruiken om te steunen. Dit gebruik van i is evenwel in 't A. slechts een overblijfsel, evenals bij 't substantief. De stam segisuittëkën; seug uit tëkon; Oj.,Nj.,Day.,Tomb. tëkën, Malag. tehina, Sam. töo, Mao. teo, Tag. tikin, Bis. tokón, Sumb. tokung, Niasch si'o, Bug. tëkkang, Makass. takkang, Mal. tëkan, stok, staak, boom (van een schuit); Mota tigo, op een stok steunen; tigonag, boomen (een schuit); Fi. toko na, trans, steunen. Oj. tëkënakën, dat vormelijk aan Mota tigonag beantwoordt, beteekent «dwarsboomen»; atëkën, tot steun hebben, terwijl Sam. toon éi, tot stok gebruiken, in beteekenis, niet in suffix, overeenkomt met tokona en A. iseug.

Isjl, to press; to strike. Vermoedelijk uit siji, dit uit tidi; vgl. Oj., Nj. tindih, wat op iets anders ligt; nindih, op iets drukken, onder den duim houden.

ISJISJI, zacht regenen, herinnert aan Jav. ritjik-ritjik, aanhoudend zacht regenen ; Makass. ritji-ritji; stofregen; vgl. ook Jav. udan ritjih, stofregen.

ISPUN, adv. instinctively. Het is noch een bijwoord, noch «instinctively», maar «spontaneously»; ispun is eig. «spontesua»; ispuk, «spontemea»; ispum, «sponte tua,» enz. In hoofdzaak hetzelfde als Mota matapu; bijv. ni me ge matapuna, he did it by himself, spontaneously; na pugak matapuk, mijn eigen schuld.

Itu, oud, vroeger. In de bijbelvertaling tu = Pol. tua, enz. Itu zal wel geen adj. zijn, maar een bijwoord; vgl. Flor. tua, reeds. Evenwel zij niet verzwegen dat een voorvoegsel i ook voorkomt in Erom. itevau, nieuw, anders geschreven itov, jong. Itu agen, langgeleden; ditookbij Inglisbw.

Sluiten