Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b ë r a t, enz., terwijl een andere uitspraak van wwat, wot is bot, inhoud, last, zwaarte; Oj. abwat, mabwat, Nj. abot, zwaar; Leon,Sasar mav, Mota mava, zwaar; mavat, Sam. mafati, Oba mavasi, Lo meveji, bezwaren; Jav. met ander prefix, maar met hetzelfde suffix angëboti. Erom. ovuara = Oj. (ka)bwatan, Nj. këbotan.

2. Ohua. Volgens Inglis zou dit ook beteekenen «vullen», en als voorbeeld geeft hij: et ohua in wai a n'ipjin itai, the water fills thevessel». Dit bewijst dat hij onbekend is met een MP. idioom, afwijkend van 't onze. Wij zeggen bijv. «de ton is vol water»; niet aldus in 't A., noch in de verwante talen. Bijv. Mal. a y ë r pënuh dalam tong, letterlijk: water is vol in den emmer; manusiya pënuh pada padang itu, menschen waren vol op die vlakte, terwijl wij zeggen: die vlakte was vol menschen.

Ohu'n of Ohu un, to own. Eig. bezitter, heer zijn van; Erom. O b u, God (eig. Heer); vgl. Mongond. Mobu, Sang. Mawu, Wawu, JBantiksch Mobu-Dewata. Of Ohu rechtstreeks gelijk te stellen is met Oj. pu, mpu , 7 ag. po, Bat. o mpu, Fi. vu enz. heer, meester, eigenaar, dan wel met den uitgebreiden stam pun, waarvan in 't Oj. o. a. pu n pu nan, bezitting, eigendom; pinun, slaaf (eig. bezetene, beheerde); Nj. mumpuni, beheerschen; Flor. vunagi, heerscher, vorst, is moeilijk uit te maken. Eigenaardig wordt in A. ohu gebezigd in ohu u n'ato va i n g, getuige (eig. bezitter van t weten) en ohu u n'ehogred, kweller (niet wkw., zooals Inglis opgeeft, tenzij u verkeerd is).

Ohwat. Volgens Inglis een adjectief, beteeken ende «twee», alsof dit een adjectief ware. Ook de beteekenis deugt niet; het is c een paar», met bijvorm ahwat Het is hetzelfde woord alsTomb. suat; Tomb.,Tonsea masuat, gelijk zijn, evenaren; kasuat tou, evenmensch ; sumuat, treffen; Bis. sugat, ontmoeten; Day. suat, twist. Vgl. voor den samenhang der begrippen Jav. la wan, tegenhanger, medehelper, tegenpartij, wederhelft. De beteekenis van masuat, gelijken, komt duidelijk uit in A. ohwat asaing, I said so; when a person is found right after a dispute. Natuurlijk in onze taal «gelijk hebben».

Opleg-opleg, pained. Doch bij Asuopleg, aswopleg, mv. iswiswopleg, iswoplegopleg wordt opgegeven: «to break, to break in two, to break in many pieces, to bruise». Heel helder staat de beteekenis den woordenboekschrijver niet voor den geest. Vgl. Jav. belek, spleet; am-

belek, opensnijden; belekan, insnijding, 't doorgebrokene, scheur, bres, opening.

Opog (ook opoug), zwaar, zwanger. Erom. ëmpok (tandiok ëmpok), zwanger. Vgl. Fi. bu-kete, zwanger, waarin kete, buik, ofschoon de vorm o p o u g niet met b u overeenstemt. Makass. b o k k ö, Bug. w o k-

18

Sluiten