Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat yava niet overal in Indië «gerst», maar ook «gierst» aanduidde, staat in de woordenboeken niet vermeld. Wel vindt men in Dl. VI (1871) van 't groote Wdb. van Böhtlingk en Roth de woorden aangehaald van eenen commentator, die ons vertelt dat yava bij de Ariërs (d.i. Indiërs) gerst beteekent, maar bij de Mleccha's (d.i. barbaren) gierst. Dit bericht is klaarblijkelijk nageschreven uit hetgeen men aantreft in sommige geschriften over de Karma-mimansa. Uit een dezer werken deelt Colebrooke (Misc. Essays, 1837, I, 314) eene vertaling in de hoofdzaak mede, welke luidt als volgt:

«A very curious disquisition occurs in this part of the Mïmansa, on the acceptation of words in correct language and barbaric dialects, and on the use of terms taken from either. Instances alleged are yava, signifying in Sanskrit, barley, but in the barbaric tongue, the plant named priyangu; varaha, in the one a hog, and in the other a cow; pllu, a certain tree, but among barbarians an elephant; vetasa, a rattan cane and a citron. The Mïmansa concludes, that in such instances of words having two acceptations, that in which it is received by the civilized (aryas), or which is countenanced by use in sacred books, is to be preferred to the practice of barbarians (Mleccha), who are apt to confound words or their meanings.»

Uit welken tot nog toe onuitgegeven commentaar Colebrooke 't voorgaande geput heeft, blijkt niet, maar de bron is zeer onzuiver geweest; dat blijkt wèl, tenzij Colebrooke zelf twee geheel ongelijkslachtige dingen door elkaar heen gewerkt heeft, wat van dien grootsten aller Sanskritisten niet waarschijnlijk is. Zeker is het dat in een betrekkelijk jong werk over de Karma-mïmansa, namelijk in den Nyaya-mala-vistara wel is waar niet al de punten van t door Colebrooke meegedeelde uittreksel terug keeren, maar toch de dwaze voorstelling alsof yava bij de Ariërs gerst, bij de barbaren gierst beteekent. Dat deze voorstelling voortgevloeid is uit begripsverwarring blijkt uit den oudsten commentaar, dien van £abara-svamin. In de Jaiminïyasntra s zelf (I, 3, kwestie 5) worden geen voorbeelden aangehaald; Qabara-svamin eerst voert die aan, en alle volgende commentatoren hebben op die wijsheid geteerd, met hier en daar zelfstandige verknoeiing van £abara's werk. Deze weet nog niets van de ontdekking, d. i. 't verzinsel, dat yava bij de barbaren in gebruik is voor gierst; kwestie 5, waarbij hij yava te pas brengt, loopt over 't bezigen van dubbelzinnige woorden, en eerst kwestie 6 betreft het gebruik van vreemde woorden. Ik laat hier de woorden van £abara-swamin zeiven volgen (op I, 3, kwestie 5), voor zooverre ze ons hier aangaan:

«Sommigen passen t woord yava toe op een graansoort met lange baaiden, anderen op panicum italicum; sommigen gebruiken varaha

Sluiten