Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verslagen liet Piet zich weder op den stoel neervallen.

Daar kwam Mientje met den agent.

De juffrouw vertelde de historie en de agent zei schouderophalend tot Piet, dat hij dan maar even mee moest wandelen naar het politiebureau. Piet had daar heelemaal geen lust in en noemde het adres van den heer Winterman. Daar de agent wel zag, dat Piet geen misdadiger was, bracht hij den jongen op de Wijnhaven. Nauwelijks waren zij op de stoep van het huis gekomen, of Piet greep den agent bij den arm en riep:

„Ik heb hem!"

„Wat?" vroeg de politieman verbaasd.

„De portemonnaie! Hij zat in de voering van mijn jas, en nu merkte ik het pas."

„Zoo, dat is meer geluk dan wijsheid, jongeheer. Weet je wat, ik moet toch direct weer langs het melksalon, geef mij dus 't geld maar mee."

Piet deed dat en bedankte den vriendelijken agent voor zijne moeite.

Toen meldde hij zich met een kloppend hart op het kantoor aan.

„Laat binnenkomen!" hoorde Piet een barsche

Sluiten