Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de kapitein hield zelf het roer, bijgestaan door twee man, en telkens schreeuwde hij z'n commando's over het dek.

Hooge stortzeeën spoelden over het schip, alles wat niet terdege vastgesjord was wegrukkend en meesleepend naar de peillooze diepte van den Oceaan.

Huib Tjerkstra, een der oudere matrozen, een flinke kerel van ruim veertig jaar, doorzocht het ruim om te zien, of er ergens een lek was. Toen alles in orde bleek, ging hij weer op dek en sloot het luik zoo stevig mogelijk. Een geweldige golf sloeg over den mast van het schip heen, ternauwernood had Huib den tijd gehad, om zich aan een touw vast te klemmen. Regenstroomen kletterden in zijn gezicht, zijn matrozenplunje was doorweekt. De kapitein liet hem roepen.

„Tjerkstra! Is alles in orde beneden?"

„Ja, kapitein ! De Zee-arend zal het wel houden."

De kapitein zuchtte en keek naar de kokende zee. Een klein zeil klapperde en wapperde boven aan den grooten mast. Men had het niet kunnen reven. De kapitein keek er met een bezorgden blik naar.

Sluiten