Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Halt!" schreeuwde Huib. „Blijft van de booten af. We zouden allen verdrinken !"

„Maar het schip brandt — moeten we levend in de vlammen omkomen ?"

Geen nood!" schreeuwde Tjerkstra door 't loeien van den storm heen. „De eerste stortzee bluscht den brand in een oogenblik!"

Dat was waar. Hoe eenvoudig leek dit! En precies zooals Huib gezegd had, gebeurde het. Een torenhooge golf kwam aanrollen — het schip kraakte — kantelde — richtte zich weer op — en de brand, gelukkig nog gering — was gebluscht! Men herademde. Zonder de kalmte en tegenwoordigheid van geest van een man als Huibert had de bemanning wellicht het ondoordachte commando van den kapitein uitgevoerd en een wissen dood in de golven gevonden.

Eindelijk — eindelijk begon de lucht op te klaren — de Oceaan kwam tot rust en de sterren vertoonden zich weer aan den hemel. Uitgeput, zou een deel der bemanning zich ter kooi begeven, terwijl het overige deel op het dek zou blijven.

Toen gebeurde het.

Sluiten