Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Huib Tjerkstra stond bij de trap, die naar het matrozenlogies leidde. Een plotselinge stoot van het schip deed hem over den rand van het luik struikelen.

En hij viel.

Kermend lag hij onder aan de trap.

De matrozen namen hem op en brachten hem naar zijn hangmat, maar hij steunde en kreunde zóó pijnlijk, dat zij hem er weer uitnamen en op een matras legden.

De eerste stuurman had vroeger wel eens wat aan geneeskunde gedaan, hij fungeerde dikwijls als dokter op de Zeearend. Men riep hem bij Huibert Tjerkstra en nadat deze met ingehouden kermen op zijn been gewezen had, begon de stuurman dit te onderzoeken.

„Het is gebroken," sprak hij. „De kerel moet ontzettend veel pijn lijden, want ik durf het niet te zetten."

De kapitein kwam erbij.

„We kunnen hem toch bezwaarlijk zoo laten liggen," zei deze, „het kan nog wel een week of wat duren, vóór wij een haven binnenloopen."

Huibert bedwong zijn pijnlijke kreten en stamelde:

Sluiten