Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Stuurman — probeer het — in godsnaam — zet het been — zèt het."

De stuurman aarzelde.

„Ik wil het probeeren," zei hij, „maar ik kan je geen verzekering geven, dat ik het goed doe."

„Probeer het — probeer het," steunde Tjerkstra.

Toen ging de stuurman aan het werk. Twee matrozen moesten Huibert vasthouden, een derde nam het ongeschonden been in zijn vuisten en de stuurman ontblootte het gewonde been geheel. Met een forschen greep pakte hij het gebroken deel en duwde de stukken met kracht tegen elkander. Vervolgens nam hij twee plankjes, een reep zwachtel en spalkte het been zoo goed hij kon.

Tjerkstra beet de lippen tot bloedens toe, maar hij gaf geen kik. Eindelijk was het been gezet. De arme lijder was geheel uitgeput en viel in een diepen slaap.

Onderwijl zette het schip ongesloord zijn reis voort in de richting van de Hollandsche kust. Tien dagen later liep de Zeearend de haven van Rotterdam binnen. Op raad van den stuurman werd Huibert onmiddellijk naar het ziekenhuis getransporteerd.

Sluiten