Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te beheerschen, toen hij Huibert de boodschap van den burgemeester overbracht.

„Hoor ik goed?" vroeg Huibert hem, „bij den burgemeester zegt ge?"

„Jawel, ge moet tegen twaalf uur even aankomen, om met den burgemeester een en ander te bespreken."

„Goed, ik zal er zijn," sprak Huibert, en bijzichzelven dacht hij: dan ben ik tevens aan het juiste adres om den diefstal aan te geven. Daarop riep hij Victor, en samen gingen zij de poppenkast eens aan een geduchte schoonmaak onderwerpen.

Een voorstelling bij den burgemeester, sapperloot, dat was niet mis! De poppen, het beste stel natuurlijk, moesten er prachtig uitzien, de kast zélf blinken van netheid, 't mooiste Jan Klaassenstuk moest vertoond worden. En dan zouden later wel de notaris, de gemeenteontvanger, de leden van den gemeenteraad, de dokter en alle voorname heeren den man met de poppenkast op hun kinderfeesten laten komen. Huibert zou algemeen bekend, ja misschien wel „beroemd" worden! En vervuld van deze vroolijke, hoopvolle gedachten werkte Huibert ijverig

Sluiten