Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik heb er wel van hooren praten, burgemeester," sprak hij na een oogenblik, „maar ik wist niet, dat het geld van u was."

„Ja," antwoordde de burgemeester, somber voor zich heen starende, „méér dan achttienduizend gulden, en wie weet of ik er ooit een cent van terugzie!"

„Het gerecht en de politie zal de daders wel vinden, burgemeester. In dezen tijd is het lang niet gemakkelijk om met zóóveel gestolen geld over de

grenzen te komen."

De burgemeester zweeg, en keek peinzend naar

de bloemen op het tapijt.

De gedachte, die Tjerkstra deed verzwijgen, wat hij wist, was lang geen slechte! Wilde Huibert misschien de zwaar gevulde geldtasch achterhouden en voor zichzelf bewaren? Verre van dat: hij had een prachtig idéé, een plan, dat zijn poppenkast een plotselinge vermaardheid zou doen verwerven!

„Burgemeester," vroeg Huibert eindelijk, „zal nu het kinderfeest tóch doorgaan?"

„Wel natuurlijk!" was het antwoord. „Deze ongelukkige gebeurtenis behoeft volstrekt geen reden

Sluiten