Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met ongeduld de ontknooping van dit stuk af. Allen waren vol verbazing en begrepen niet, waarom de poppenkast dit stuk vertoonde, dat voor het gezin van den burgemeester niet anders dan erg onaangenaam moest zijn.

Daar kwam Katrijntje aan.

„Och, mijn beste Jan, daar is een man in huis gekomen, en die heeft een groote tasch vol geld gebracht."

„En waar is die man ?"

„Hij is dadelijk weer weggeloopen, maar hij komt straks terug. Stil, daar is hij al."

De pop, die Van Dalen voorstelde, kwam op Jan Klaassen toe.

„Ziezoo Jantje, het geld is in je huis, en jij krijgt de honderd gulden!"

„Mooi!" zei Jan, „en weet je, wat jij krijgt? Honderd maanden gevangenisstraf. Hola, agent, kom eens hier."

„Hier ben ik al. Zoo, meneer de inbreker, jij bent een knappe bediende hoor, om je burgemeester zoo

te bestelen! Allo, met me mee naar't politiebureau!"

9.*

Sluiten