Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik heb het eerst ja gezegd!" riep Loe driftig.

„Nou, dat kan mij minder schelen, je moet het samen maar uitmaken. Ik zal je een stuiver geven, als je dien hond in den Plas verdrinkt."

„Goed," zeiën de jongens „geef maar hier je stuiver."

De koopman maakte de riemen van het arme dier los en gaf Loe den stuiver.

„Samen deelen, hoor!"

„Ja, maar hoe krijgen we den hond hier vandaan? Hij is veel te groot en te zwaar om gedragen te worden," zei Loe.

„Daar weet ik raad op," sprak de koopman. „Ik heb nog een oud stuk mat op mijn wagen liggen, dat niets meer waard is. Ik zal een touw aan de mat binden, je legt den hond er op en zóó sleep je hem naar den waterkant. Bind een paar flinke steenen om zijn nek, anders duurt het te lang."

„Goed," zei Japie, „dat zullen we wel doen."

De arme hond — het was inderdaad een mooi, sterk dier — werd nu op de mat gelegd en de jongens sleepten hem over den weg voort, terwijl

Sluiten