Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jaap's ouders waren arme menschen, die den heelen dag in de brandende zon op het land van een of anderen boer moesten werken om hun kostje op te halen. Daar er meestal des winters weinig of niets voor hen te verdienen was, ging ook de vrouw mede naar den akker, om zoodoende wat meer geld te verdienen. Er was dus niemand in huis, toen Japie naar binnen sloop, om zijn rolwagen uit het schuurtje te halen. Het was maar een heel primitief ding, een stijfselkist met twee latten eronder, en aan de uiteinden van die latlen houten rollen. De voorwielen waren niet eens draaibaar, wat niet wegnam, dat de jongens er verbazend veel pret mee hadden, Japie droeg z'n auto naar buiten en reed ermee naar Loe, die al goede maatjes met den hond geworden was. Het was een tamelijk groot dier met zwart glanzend haar, dat maar heel kort was. Alleen de voeten en het puntje van den staart waren wit, overigens was het beest precies een Moor, vond Loe. En dat leek hem ook een heel geschikte naam kort en goed, hij zou het dier Moor noemen.

Toen japie met z'n rolwagen gearriveerd was, werd Moor er voorzichtig ingelegd. Japie ontving

Sluiten