Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weg en daar springt me dat gespuis in de kar! 't Peerd schrikt natuurlijk en slaat op hol! Als Dijkberg 'm niet gehouën had, liep-ie nóg."

»Ja> ja>" voegde een der boerenknechts erbij, „dieven bennen het. Ze zaten bij ons in den bongerd an de kersen! Maar 'k had ze gauw genoeg in de doppen, hoorie! Met z'n allen bennen we ze achterop gegaan en toen sprongen ze in de kar van Meinderts."

„Zoo, komen jullie allemaal even mee," besloot de veldwachter.

Hij nam Loe en Japie bij den arm, en gevolgd door den voerman en de knechts, bracht hij ze naar 't wachtlokaal in het gemeentehuis. Daar moest alles nog eens breedvoerig verteld worden, terwijl de veldwachter alles opschreef, wat hij te hooren kwam.

„Jullie kunt nu wel gaan," sprak hij daarop tot den voerman en de anderen, „met deze kwajongens zal ik wel afrekenen."

Toen moesten Loe en Japie opgeven hun namen, hoe oud ze waren, waar ze woonden en verder alles wat de veldwachter weten wilde. Bovendien ontnam hij hun alles, wat ze in de zakken hadden.

„Ik zal er den burgemeester over spreken,"

Sluiten