Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot Japie, en op hetzelfde oogenblik sprong hij over een sloot kroop door een heg en bevond zich op een stuk bouwland, waar een vogelverschikker eenzaam te midden van bezaaide bedden stond. Loe gluurde hijgend door de heg en zag, dat de veldwachter aanstalten maakte hem te volgen.

Bliksemsnel rukte Loe den vogelschrikker omlaag, trok zélf diens oude flardenjas aan, drukte den hoed over het hoofd en strekte vervolgens zijn armen langs de stokken, waarover de veel te lange mouwen slap neerhingen.

Bom! daar sprong de veldwachter over de sloot... kroop een oogenblik later door de heg, en...

Waar was zijn vluchteling?

Zóóver kon de jongen toch niet zijn, dat hij nu reeds uit het gezicht was?

De veldwachter kwam nog een paar stappen nader, en terwijl hij op nog geen twee pas afstand van Loe den vogelverschrikker stond, zocht hij met de hand boven de oogen den moestuin af.

„O, die verwenschte rakkers!" sprak hij hardop, „als ik ze te pakken krijg... gaan ze er minstens voor een jaar achter!"

Sluiten