Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK I.

TIEN JAAR LATER.

„Wanneer iemand mij gezegd had, welke wonderlijke veranderingen hier in tien jaren zouden plaats vinden, zou ik hem niet hebben geloofd," zei mevrouw Jo tot mevrouw Meta, terwijl zij op zekeren zomerdag, met van trots en genoegen stralende gezichten, op de veranda zaten rond te kijken.

„Dat zijn van die wonderen, die goedhartigheid en geld alleen kunnen uitwerken. Ik ben overtuigd dat mijnheer Laurence geen grootscher monument kon krijgen, dan het College, dat hij zoo edelmoedig heeft helpen tot stand brengen, en een tehuis als dit, zal, zoolang het blijft bestaan, de herinnering aan tante March levendig houden," antwoordde mevrouw Meta, die altijd blij was iets ten gunste van een afwezige te kunnen zeggen.

„Herinner je je nog wel, dat we vroeger in toovergodinnen geloofden en dikwijls beraadslaagden wat we zouden kiezen, als wij drie wenschen mochten doen ? Heeft het niet allen schijn alsof de mijne ten slotte werkelijk zijn vervuld ? Geld, roem en een heeleboel werk naar mijn hart," zei mevrouw Dhaer, onachtzaam haar coitïure in de war brengend, door de handen boven het hoofd samen te vouwen, net als toen zij nog een klein meisje was.

„Ik heb de mijne gehad en Amy geniet nu naar hartelust van de vervulling der hare; als die lieve Mama, John en Betsy er nu ook nog waren, zou hel hier volmaakt zijn," voegde Meta er met een lichte trilling in haar stem bij; want moeders plaats was nu ledig.

DE WERELD IN, 7e df. 1

Sluiten