Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met bijna hetzelfde kinderlijke welbehagen, dal ze vroeger als klein meisje bij een nieuw jurkje aan der» dag legde.

„Onze doornen en verwelkte bladeren niet te vergeten," voegde Jo er met een zucht bij; want haar leven was nooit zoo bizonder gemakkelijk geweest, en nu zelfs had zij nog zorg, zoowel binnens- als buitenshuis.

„Ga mee een kopje thee drinken, oudje, en laat ons eens kijken wat het jonge volkje uitvoert. Je bent vermoeid en verlangt naar lafenis; spijs en drank zullen je verkwikken," zei Laurie, beide zusters een arm aanbiedend, en hen naar de theetafel geleidend, waaraan de thee even overvloedig stroomde, als de nektar op den Parnassus der oude Goden.

Zij vonden Meta in de tuinkamer, een luchtig en gezellig vertrek, nu vol zonneschijn en het geritsel van bladeren, dat door drie hooge, naar den tuin openslaande ramen naar binnen drong. De groote muziekzaal was er vlak naast, en aan het andere einde, in een ruime met purperen gordijnen afgesloten donkere kamer, was een klein huisaltaar opgericht. Daar hingen drie portretten; twee marmeren bustes stonden in de hoeken, terwijl een rustbank en een ovale tafel, waarop een gevulde bloemenvaas stond, de eenige meubels in dit vertrekje vormden. De bustes, Amy's werk, slelden John Brooke en Betsy voor, sprekend gelijkend, en de aanblik der kalme schoonheid dier beide beelden, bracht den toeschouwer altijd het gezegde in de gedachte, „leem is het beeld van het leven, kalk stelt den dood en marmer de onsterfelijkheid voor." Rechts, zooals den stichter van het huis toekwam, hing het portret van den ouden heer Laurence, met die eigenaardige uitdrukking van trots en welwillendheid, die hij Jo als meisje zag bewonderen. Daar tegenover hing tante March — een legaat aan Amy — met een indrukwekkende muts, korte mouwen en lange handschoenen, deftig saamgevouwen op den schoot van haar koffiekleurige satijnen japon. De tijd had de scherpe trekken eenigszins verzacht; en het scheen alsof de starende blik van den knappen ouden heer aan de overzijde dien vriendelijken

Sluiten