Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nat een aardige jongen; al was hij ook geen hoogvlieger. Zij hield van hem en vertrouwde hem; zij was er zeker van dat hij zijn uiterste best zou doen, maar zij verwachtte niet hem ooit in eenig opzicht beroemd te zien, tenzij een buitenlandsche leerschool en het bewustzijn op eigen beenen te moeten staan, een beter artist en degelijker man van hem maakten, dan nu nog waarschijnlijk leek.

„Ik heb al je goed gemerkt — of liever Daisy heeft het gedaan — en zoodra al je boeken bij elkaar zijn gezocht, kunnen wij gaan pakken," zei Tante Jo, die reeds zoo gewend was haar jongens naar alle vier de windstreken uit te rusten, dat een uitstapje naar de Noordpool niet veel voor haar beteekend zou hebben.

Nat kreeg een kleur bij het hooren van Daisy's naam, of was het de laatste gloed der ondergaande zon op zijn wel wat bleeke wangen? — en zijn hart klopte gelukkig bij de gedachte, dat zijn uitverkorene N's en B's op zijn eenvoudige sokken en zakdoeken had gemerkt; want Nat aanbad Daisy, en de liefste droom van zijn leven was, zich een plaats als musicus te veroveren en haar tot zijn vrouw te winnen. Deze hoop deed meer voor hem, dan de raadgevingen van den Professor, tante Jo's zorg en de edelmoedige hulp van mijnheer Laurie tezamen. Voor haar alleen wachtte, werkte en hoopte hij; voor haar putte hij moed en geduld uil dien droom van een gelukkige toekomst, waarin Daisy hem een gezellig tehuis zou bereiden en hij haar een kolossaal vermogen in den schoot zou vedelen.

Mevrouw Bhaer wist het, en hoewel hij nu juist niet de man was, dien zij voor haar nichtje gekozen zou hebben, gevoelde zij toch ook, dat Nat juist behoefte had aan de verstandige en liefdevolle zorg, die Daisy hem geven kon en dat hij zonder haar gevaar liep, een van die vriendelijk goedhartige, doch nuttelooze menschen te worden, die bij gebrek aan een goeden loods, om hen veilig door het leven testuren, zelden of nooit slagen. Doch mevrouw Brooke zag de liefde van den armen jongen met alles behalve gunstige oogen aan en wilde er niet van hooren,

Sluiten