Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

brief beantwoord ik niet. Ik heb er dienzelfden jongen minstens zes gezonden, en hij drijft er waarschijnlijk handel in. Dit meisje schrijft uit een kostschool; wanneer ik er haar een stuur willen de andere meisjes er dadelijk ook een hebben. Allen beginnen met te zeggen, dat zij zoo vrijpostig zijn en dat deze herhaalde aanvragen mij wel zullen gaan vervelen; maar dat zij het toch maar wagen, omdat ik zooveel van jongens houd, of omdat zij mijn boeken zoo mooi vinden, of omdat het er maar ééntje is. Emerson en Whittier wierpen al die dingen in de prullemand; en ofschoon ik maar een soort van letterkundige kindermeid ben, die geestelijke pap voor de jeugd klaar maakt, zal ik toch hun doorluchtig voorbeeld volgen; want als ik al die onredelijke kinderen zou trachten te voldoen, bleef er geen tijd voor eten of slapen meer over," en met een zucht van verlichting schoof tante Jo den heelen rommel op zij.

„Ik zal de andere wel openmaken, en u in vrede laten ontbijten, liebe Mutter," zei Robert, die dikwijls den post van secretaris bij haar vervulde. „Hier is er een uit het Zuiden." En na een gewichtig zegel te hebben verbroken, las hij:

Mevrouw,

Daar het den Hemel behaagde, uwe arbeid met een groot vermogen te zegenen, aarzel ik niet u te verzoeken ons de noodige gelden te willen schenken, voor den aankoop van een nieuwen avondsmaalsbeker voor onze kerk. Welke ook uwe geloofsbelijdenis moge zijn, zult gij natuurlijk aan zulk een verzoek met bereidwilligheid voldoen.

Hoogachtend,

Mevrouw X. Y. Zavier.

„Zend haar een beleefde weigering, Rob. Al wat ik te geven heb is voor de armen aan mijn eigen deur. Dat is mijn dank voor het verkregen geluk. Verder?" antwoordde zijn moeder, met een dankbaren blik op haar gezellige omgeving.

Sluiten