Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Aan het droomen, Dan?" vroeg zij, denkende dat het vertrouwelijk oogenblik misschien was aangebroken. Zij was dan ook niet weinig verbaasd, toen Dan, inplaats van zijn hart voor haar uit te storten, zich plotseling omdraaide en ronduit zei:

„Ik wou dat ik hier rooken mocht."

Tante Jo glimlachte om haar verijdelde hoop en antwoordde vriendelijk:

„Dat mag je doen, op je kamer — maar steek het huis niet weer in brand."

Misschien zag Dan een teleurgestelde uitdrukking op haar gezicht, of werd zijn hart door de herinnering aan die ondeugende jongensgrap getroffen; hoe het zij, hij boog zich tot haar over en kuste haar, terwijl hij haar een : „Goeien nacht, Moeder" toefluisterde, dat tante Jo gedeeltelijk voldeed.

HOOFDSTUK III.

VACANTIE.

Iedereen was den volgenden morgen verheugd over een vrijen dag — en allen treuzelden min of meer aan de ontbijttafel, toen mevrouw Bhaer plotseling uitriep:

„Hé! daar is een hond! En op den drempel vertoonde zich een groote herdershond, die met de oogen op Dan gevestigd, bewegingloos bleef staan.

„Hallo, ouwe jongen! Kon je niet wachten, tot ik je kwam halen? Stilletjes weggeloopen? Beken het maar en onderga je straf als een man," zei Dan, opslaande om naar den hond toe te gaan, die op de achterpooten ging staan om zijn baas in liet gezicht te zien, en blafte, alsof hij wilde zeggen, dat hij zich aan geen ongehoorzaamheid had schuldig gemaakt.

„In orde; Don liegt nooit." Dan streelde het groote beest,

Sluiten