Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bevreesd dat de lach, dien zij niet langer konden bedwingen, hun tegenwoordigheid verraden zou, gingen de toeschouwers verder, terwijl de „ridder" zich met wanhoop in het hart uit de voeten maakte, en de „dame" haar neus ter verfrissching in den kelk van een lelie stak.

„Arme Tom; het lot is hem niet gunstig, en hij verbeuzelt zijn tijd. Raad hem toch eens aan, Jo, die dwaze verliefdheid te laten varen, en aan 't werk te gaan."

„Dikwijls gedaan, Laurie; maar er zal heel wat toe noodig zijn om den jongen verstandig te maken. Ik zit al met belangstelling uit te kijken wat het wezen zal. Bewaar ons! Wat moet dat beduiden?"

Wel mocht zij dit vragen, want boven op een keukenstoel balanceerde Ted, alle mogelijke pogingen aanwendend, om op één been te blijven staan, met het andere achteruit gestoken en met beide armen om zich heen zwaaiend, terwijl Josie, omringd van verscheiden vriendinnetjes, met groote belangstelling naar de halsbrekende toeren stond te kijken en zich onsamenhangende woorden als „vleugeltjes", „koperdraad" en „handelsstaf," liet ontvallen.

„Dit zou gevoegelijk „de Vliegende Mercurius" kunnen heeten," zei Amy's man, terwijl zij door de dunne gordijnen gluurden.

„Wat lange beenen heeft die jongen toch! Ik begrijp heusch niet hoe hij er weg mee weet. Zij willen een tentoonstelling geven van levende beelden en zullen wonderlijke goden en godinnen voorstellen, wanneer niemand hen helpt," antwoordde mevrouw Bhaer lachend.

„Nu doet hij het!" „Dat is prachtig!" „Probeer nu hoe lang je zoo kunt blijven slaan!" riepen de meisjes door elkaar, toen het Ted gelukte één oogenblik zijn evenwicht te bewaren, door zijn eenen voet achter de rugleuning te houden. Ongelukkigerwijze steunde daardoor zijn geheele zwaarte op den anderen voet — de rieten zitting der stoel bezweek, en de Vliegende Mercurius kwam, onder een schaterend gelach der meisjes, met een bons naar beneden. Daar hij echter meer dan eens op dergelijke wijze met den harden grond kennis maakte, en aan zulke tuimelingen was gewend, herstelde hij zich gauw, en danste, met het

Sluiten