Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met op verschillende prentjes te wijzen die het versierden en was, toen zij opkeek, verwonderd te zien hoe getroffen en aangedaan hij scheen. Evenals alle menschen van zijn karakter, was hij sterk voor indrukken vatbaar, en het leven onder jagers en Indianen had hem bijgeloovig gemaakt ; hij hechtte waarde aan droomen, hield van bovennatuurlijke verhalen, en al wat krachtig sprak tot oog of geest, maakte meer indruk op hem dan de verstandigste woorden konden doen. De geschiedenis van den armen, geplaagden Sintram, kwam hem weer levendig in het geheugen, terwijl hij luisterend toekeek, en deed hem veel meer punten van overeenkomst zien met zijn eigen geheime beproevingen dan tante Jo wel vermoedde. Juist nu vooral maakte dit een indruk op hem, die nimmer werd uiige wischt. Maar al wat hij zei was:

„Niet veel kans op. Ik geloof niet erg aan dat weerzien in den hemel. Moeder zal zich het kleine wurm, dat ze zoolang geleden hier achterliet, ook wel niet meer herinneren. Hoe zou zij?"

„Omdat goede moeders hun kinderen nooit vergeten, en ik weet dat zij er een was, omdat zij haar wreeden man verliet, om haar kleinen jongen voor slechte invloeden te vrijwaren. Was zij niet gestorven, je leven zou gelukkiger zijn geweest, met zoo'n hartelijke vriendin om je te helpen en te troosten. Vergeet nooit dat zij om jou alles heeft getrotseerd; laat het niet tevergeefs zijn geweest!"

Mevrouw Bhaer sprak hoogst ernstig, want zij wist dat dit de eenige teedere herinnering was uit Dan's jonge leven. En ze was blij die nu te hebben opgewekt, want plotseling viel er een dikke traan op de bladzijde, waar Sintram, gewond, doch zegevierend over zonde en dood, aan de voeten van zijn moeder neerknielt. Zij keek op, innig verheugd Dan op de rechte plaats te hebben getroffen, maar hij veegde den traan met een vlugge beweging van zijn arm weg, terwijl een andere in zijn baard werd opgevangen, toen hij het boek sloot en met een onderdrukte trilling in zijn mannelijke stem zei:

„Als niemand anders het noodig heeft, zal ik dat boek maar houden en het nog eens overlezen; misschien dat

Sluiten