Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze afstotlen," lachte Demy, zeer met zijn vooruitzichten ingenomen ; want na verschillende andere zaken te hebben beproefd, scheen hij eindelijk de bezigheid te hebben gevonden, die hem het meest aantrok en een verschiet dat hem zeer aanlokkelijk toescheen.

„Die liefde voor boeken heb je van je grootvader. Hij kon zonder zijn papieren vrienden niet leven. Ik ben er blij om. Goede boeken zijn een troost en een hulp in iemands leven. Wat een geluk, John, datje eindelijk een beroep hebt gekozen en zoo'n goede betrekking gevonden hebt. De meeste jongens beginnen veel vroeger, maar ik zie er geen heil in hen zoo jong de wereld in te zenden, juist op een leeftijd dat zij aan de ouderlijke zorg en waakzaamheid de grootste behoefte hebben. Nu ben je een man en moet zelf je leven regelen. Doe je best; word even nuttig en gelukkig als je vader; en kun je er rijk bij worden, zooveel te beter."

„Ik zal mijn best doen, Moeder. Ik kon geen betere kans hebben, want Tiber & Co. behandelen hun personeel fatsoenlijk en geven ruim salaris voor goed werk. Alles is daar op onbekrompen voet ingericht, en dat bevalt mij. Ik heb een hekel aan beloften die niet worden nagekomen, en aan een onverschillige of heerschzuchtige behandeling. Mijnheer Tiber zei: „Dit voorloopige werk is alleen om je de touwtjes te leeren, Brooke, die de machinerie in beweging brengen; mettertijd heb ik ander werk voor je."

Tante vertelde hem dat ik wel eens boeken had gerecenseerd en veel van literatuur hield. Al zal ik dus nooit een „Shakespeare" worden, zooals zij zegt, kan ik toch misschien later wel eens kleine stukjes schrijven. En lukt mij dit niet, dan vind ik het toch een mooi beroep, goede boeken uit te kiezen en de wereld in te sturen."

„Ik ben blij dat je er zoo over denkt. Liefde tot het werk waartoe men geroepen is, maakt het leven zooveel aangenamer. Vroeger had ik een afkeer van onderwijzen; maar voor mijn huisgezin te zorgen, was altijd mijn geliefkoosde bezigheid, hoewel veel moeilijker en zwaarder. En is tante Jo er niet verbazend mee ingenomen ?" eindigde mevrouw Meta, voor wier geestesoog reeds een kolossaal bord.

Sluiten