Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor haar moeder had bewaard, en haar aandeel water afgestaan, om haar vaders koortsig brandende lippen mee te verfrisschen. De matrozen hielden op met roeien en zaten gemelijk af te wachten wat komen zou; eenige openlijk hun leidsman verwijlend, dat hij hun raad niet had opgevolgd, andere meer voedsel eisehend, alle vijandig gestemd, nu ontbering en angst de in ben sluimerende driften deed ontwaken. Emil deed zijn best, doch geen sterfelijk wezen kon hier iets uitrichten, en bezorgd wendde hij zijn vermagerd gezicht van den meedoogenloozen hemel die geen regen zond voor hun dorst, naar de eindelooze watervlakte, waarop geen zeil verscheen om hun hunkerende oogen te verblijden. Den geheelen dag beproefde hij hun moed en kalmte in te spreken, terwijl honger hem kwelde, dorst zijn keel verschroeide en steeds aangroeiende vrees hem het hart beknelde. Hij vertelde den mannen geschiedenissen van andere schipbreukelingen, die door aanhoudende inspanning eindelijk waren gered, smeekte hen zich ter wille der hulpelooze vrouwen goed te houden, en loofde belooningen uit als zij wilden roeien, zoolang zij er de kracht toe hadden, om zoo den verloren koers te hervinden, en hun kans op redding te vergrooten. Hij maakte een tent van zeildoek boven den kapitein en verzorgde hem als een zoon, sprak mevrouw Hardy troost in, en trachtte Mary zichzelve te doen vergeten, door elk zeemansliedje voor haar te zingen dat hij kende of al zijn wederwaardigheden te land en ter zee te verhalen, tot zij begon te lachen en met nieuwen moed werd bezield. Eindelijk werd zijn moed beloond !

Toen de vierde dag aanbrak, was de voorraad water en levensmiddelen bijna opgeteerd. Emil stelde voor.de rest voor den zieke en de vrouwen te bewaren, doch twee der matrozen kwamen hiertegen in verzet, en eischten hun deel. Daarop stond Emil het zijne af om een voorbeeld te geven, en verscheiden van de brave kerels volgden het, met de stille heldhaftigheid ruwe, doch mannelijke karakters, niet zelden eigen. Dit maakte de anderen beschaamd, en het overige van den dag heerschte er een onheilspellende kalmte in deze kleine wereld van lijden en onzekerheid. Maar 's nachts, toen Emil, uitgeput van vermoeienis, de wacht

Sluiten