Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den gevangene bij het zien van zijn bezoeker, en het geluid eener menschelijke stem klonk wonderlijk opwekkend, na het luisteren naar de inblazingen der hartstochten, twijfelingen en angsten, die uren lang de cel hadden onveilig gemaakt, Dan ontmoedigend door hun macht, en hem aan het verstand brengend, hoeveel behoefte hij had aan hulp om den goeden strijd te strijden, nu hij zelf geen sterke eigen wapenrusting bezat.

„Kent, de arme Mason is heengegaan. Hij heeft een boodschap voor je achtergelaten, en ik voelde mij gedrongen, je die nu te komen overbrengen, omdat ik meende dat het verhaal van gisteren je trof en je behoefte had aan den steun, dien Mason je trachtte te geven," begon de kapelaan, terwijl hij den eenigen zetel innam en zijn vriendelijke oogen richtte op het gemelijke gezicht in het bed.

„Dank u," was al wat Dan ten antwoord gaf, maar zijn gedachten waren geheel bij den armen man, die in de gevangenis was gestorven, zonder vrouw of kind een laatsten blik te hebben mogen toewerpen.

„Hij stierf plotseling, maar dacht nog aan je en verzocht mij je een boodschap over te brengen. „Zeghem dat hij het niet moet doen, maar dat hij moet volhouden en oppassen, en laat hem, wanneer zijn straftijd om is, regelrecht naar Mary gaan, die hem om mijnentwille hartelijk zal verwelkomen. Hij heeft geen vrienden in deze streken, en zal zich eenzaam voelen, maar een vrouw heeft altijd troost en goeden raad voor iemand wien het in de wereld tegenloopt. Breng hem mijn groeten en hartelijke wenschen voor zijn toekomstig geluk; want hij was altijd goed voor mij, en God zal het hem vergelden." Daarop is hij kalm gestorven, en zal morgen met Gods vergiffenis naar huis gaan; die der menschen kwam te laat."

Dan antwoordde niets, doch legde het hoofd op den arm en bleef bewegingloos liggen. Toen hij zag dat de aandoenlijke boodschap nog beter uitwerking deed, dan hij had durven hopen, ging de kapelaan voort, geheel onbewust van den verzachtenden invloed zijner vaderlijke stem op den gevangene, die ook verlangde „naar huis" te gaan, doch gevoelde dat hij het recht daartoe had verbeurd:

DE WERELD IN, 7e dr. I 3

Sluiten