Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■wereld in te gaan en aan den kost te komen, hetzij door de noodzakelijkheid daartoe gedreven, hetzij door den drang van een of ander verborgen talent, of de zucht, aan jonge, krachtige gestellen eigen, om zich los le rukken van een bekrompen leven, dat geen voldoening meer schenkt.

Op Plumfield vonden allen iets van hun gading; er was plaats voor ieder die aanklopte, en allen, zonder onderscheid van sexe, rang, godsdienst of kleur, werden er hartelijk verwelkomd. Er heerschte nog wel vooroordeel, afgunst, wanorde en spot, waartegen onophoudelijk moest worden gewaakt, maar de faculteit van het College was samengesteld uit opgeruimde, hoopvolle mannen en vrouwen, die uit kleiner begin wel grootscher hervormingen hadden zien ontstaan, en ten spijt van tegenwerking veld winnen, tot eer en voorspoed van het volk. Daarom werkten zij onvermoeid voort en wachtten hun tijd af, met steeds aangroeiend vertrouwen, nu jaar op jaar hun aantal wies, hun plannen slaagden en het gevoel van nuttig te zijn hun groote voldoening schonk.

Onder de verschillende gewoonten, die natuurlijk langzamerhand waren ontstaan, was er één bizonder nuttig en aantrekkelijk voor de „meisjes," zooals de jonge vrouwen het liefst werden genoemd. Deze was een uitvloeisel van het naaiuurtje, dat nog door de drie zusters was voortgezet, lang nadat de werkdoosjes tot groote manden met verstelgoed waren uitgedijd. Zij hadden het allen even druk, maar toch legden zij het er op toe, 's Zaterdagsavonds bij een van hun drieën samen te komen; want zelfs de klassieke Parnassus had zijn vertrekje, waar mevrouw Amy dikwijls te midden van haar dienstboden gezeten, hen naaien en verstellen leerde, en daardoor tevens een voorbeeld van netheid en zuinigheid gaf, daar zij, de rijke dame, zich niet ontzag, zelf haar kousen te stoppen en knoopen aan te zetten. Zoo zaten de huismoeders in hun vredige binnenkamers — te midden van hun dochters, en omringd door verstelgoed en boeken — te werken en te onderwijzen, menigen wenk gevend, zoowel over kookkunst en scheikunde als over tafellinnen en godsdienst, prozaïsche plichten en onvervalschte poëzie.

Sluiten