Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wacht maar tot Nat thuiskomt, dan zal mijn lieve kind ook witte rozen dragen."

HOOFDSTUK XX. Leven om leven.

De zomerdagen die volgden waren kalm genoeglijk voor jong en oud, en allen beijverden zich de eer van Plumfield legenover hun gelukkige bezoekers op te houden. Terwijl Frans en Emil met de zaken van oom Hermann en kapitein Hardy bezig waren maakten Ludmilla en Mary zich overal vrienden; want hoewel zeer verschillend, waren beide aantrekkelijke vrouwtjes, Mevrouw Meta en Daisy vonden in de Duilsche een Hausfrau naar hun hart, en sleten menig genotvol uurtje met het leeren gereedmaken van vreemde gerechten, het luisteren naar verhalen over de halfjaarlijksche waseh en de rijk voorziene linnenkast in Hamburg, of het bespreken van het huiselijke leven in al zijn vertakkingen. Ludmilla onderwees niet alleen, doch leerde zelf oak, en keerde met menig nieuw en nuttig denkbeeld in het blonde hoofdje naar huis terug.

Mary had zooveel van de wereld gezien, dat zij ongewoon levendig was voor een Engelsch meisje, terwijl haar verschillende begaafdheden haar tot een zeer onderhoudend gezelschap maakten. Daarbij zorgde haar helder verstand voor het gewenschte tegenwicht en gaven de pas doorleefde gevaren haar soms een aantrekkelijken ernst haar natuurlijke vroolijkheid. Tante Jo was dan ook innig voldaan over Emil's keuze en voelde dat deze getrouwe en lieve loods hem door storm of helder weer, veilig in de haven boegseeren zou. Eerst was zij bang geweest dat Frans zich als een vergeten, geld verdienend burger gevestigd en zich daarmee tevreden gesteld zou hebben; maar zij zag al gauw dat zijn liefde voor de muziek en voor zijn zacht-

Sluiten