Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het groote rond-uitgebouwde raam; Belsy in liaar blauwe schort aan den eenen kant, met haar gereedschappen bezig; Josie met haar boek aan den anderen kant, en in het midden Dan, op den grooten ziekenstoel, met kussens opgevuld, in een kleurige Oostersche kamerjapon, een cadeau van mijnheer Laurie, die gedragen werd om de meisjes genoegen te doen, hoewel de zieke aan een oud buis „dat je niet zoo vervelend om je beenen slingerde," verreweg de voorkeur gaf. Hij lag met het gezicht naar tante Jo's kamer gekeerd, doch scheen haar nooit te zien, want zijn oogen hingen aan de slanke gestalte voor hem, het blonde hoofd door de bleeke winterzon beschenen, de zachte handjes die zoo vaardig de klei vormden. Meestal zat Josie aan het hoofdeneind van zijn rustbank te wippen in een schommelstoel en het geluid van haar gejaagde stem was gewoonlijk hel eenige wal de stilte in de kamer verbrak, tenzij een passage in het boek of de buflelkop plotseling aanleiding gaven tot een gesprek.

Een zeker iets in de groote oogen, grooter en donkerder dan ooit, in het bleeke vermagerde gezicht, oefende sinds eenigen tijd een soort betoovering uit op tante Jo, en nieuwsgierig bespiedde zij hun telkens afwisselende uitdrukking; want Dan's gedachten waren klaarblijkelijk niet bij het verhaal, en dikwijls vergat hij bij grappige of aandoenlijke passages te lachen of belangstelling te toonen. Soms straalde er een teeder verlangen in, en mevrouw Bhaer was blij, dat geen der beide dametjes dien gevaarlijken blik opving, want zoodra zij begonnen te spreken verdween hij; soms ook schitterden Dan's oogen van een ontstuimig vuur, en werd hij beurtelings rood en bleek, ondanks zijn poging om dien oproerigen blos door een ongeduldig hand- of hoofdgebaar te verbergen; maar meestal was zijn blik dof, treurig en somber, alsof hij droefgeestig, van uit de gevangenschap, op een verboden licht of genot staarde. Deze uildrukkingkwamzoodikwijlsterug,datlanle Jo er ongerust over werd en den lust in zich voelde opkomen, hem te gaan vragen, welke bittere herinnering over deze kalme uren haar schaduw wierp. Zij wist dat zijn misdaad en ondergane straf hem zwaar op het gemoed drukter; maar

Sluiten