Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitdrukking, die het altijd verkreeg, wanneer iets schoons ot edels zijn betere natuur bezielde of trof. Het was Fouqué's aantrekkelijk verhaal van ridder Froda en deschoonedochter van Sigurd, een soort fee, die haar minnaar verschijnt in uren van gevaar en beproeving, van zegen en vreugd, tot zij zijn leidstar en beschermengel wordt, hem met moed, deugd en liefde voor de waarheid bezielt, tot groote daden aanspoort in den strijd, tot zelfopoffering jegens hen die hem dierbaar zijn en tot overwinningen op zichzelf. Het glinsteren van haar goudblonde lokken, omstraalde hem bij dagen bij nacht, in het gevecht, in gevaren en in den droom, tot hij na zijn dood de schoone fee vindt, die hem opwacht en beloont.

Van de verhaaltjes in het boek, was dit wel het laatste waarvan men verondersteld zou hebben, dat het Dan zou kunnen boeien, en zelfs tante Jo verbaasde het, dat hij de moraal der geschiedenis wist te ontdekken in de fijne beeldspraak en de romantische taal, waarin zij besloten was. Maar terwijl zij luisterde en keek, herinnerde zij zich het sprankje van gevoel en beschaving, dat in Dan'sgemoed verborgen lag, als de goudader in de rots, en die hem de zachte tinten in een bloem.de bevalligheid in een dier, het fijne bekoorlijke in vrouwen, de dapperheid in mannen, en alleteedere banden die hart aan hart verbinden, deed opmerken en bewonderen; ofschoon hij het zelden blijken liet, daar hij geen woorden had om de neigingen en de liefde voor het schoone, die hij van zijn moeder had geërfd, goed te vertolken. Zieleleed en lichaamspijn hadden zijn sterkere hartstochten getemperd, en de dampkring van liefde en medelijden, die hem nu omgaf, louterde en verwarmde zijn verwaarloosd hart, tot het begon te hongeren naar het voedsel, dat het zoo langen tijd had ontbeerd. Dit stond duidelijk geschreven in zijn al te sprekend gezicht, dat, terwijl hij zich onbespied waande, het hunkeren verried naar schoonheid, vrede en geluk, verpersoonlijkt in het mooie, onschuldige meisje voor hem.

Toen de overtuiging van dit treurige en toch zoo natuurlijke feit bij tante Jo ingang vond, deed het haar pijnlijk aan, want zij gevoelde, hoe volkomen hopeloos zulk een verlangen moest wezen. Licht en duisternis toch waren niet verder van elkander verwijderd, dan de reine Betsy en den door

Sluiten