Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een leven vol weelde en gemak gewoon waart, gij zult misschien dat ruwe bestaan waartoe gij thans gedoemd zijt niet kunnen verdragen. In de eerste vlaag der smart ja, zijt gij moedig maar zonder nadenken uitgerukt, om de roovers uwer dochter na te jagen en hebt de gevolgen van uw bedrijf niet berekend."

„Dat is waar," prevelde don Miguel.

„Het is dus mijn plicht," hervatte Yalentin; „om er u voor te waarschuwen, aarzel niet om terug te treden, zoo gij dat wilt, en wees oprecht met mij gelijk ik het met u ben; Curumilla en ik, wij zijn genoeg in staat om de taak te vervullen die wij ons hebben voorgenomen. Nauwelijks tien mijlen achter u liggen de Mexicaansche grenzen, keer derwaarts terug en laat ons de zorg over om uw kind u terug te geven, zoo gij u wellicht niet in staat gevoelt om de tallooze gevaren te trotseeren die ons hier bedreigen. Als gij ziek werdt bij voorbeeld en onzen voortgang belemmerdet, zouden wij niet alleen in de onmogelijkheid zijn om te slagen, maar bovendien gevaar loopen om gedood of gescalpeerd te worden. Denk dus ernstig na, mijn vriend, stel alle verkeerde eigenliefde ter zijde en antwoord mij op eene wijs die mij volkomen mijne oude vrijheid van handelen teruggeeft."

Gedurende deze lange en dringende toespraak, daar hij de juistheid van moest erkennen, had don Miguel met gebogen hoofd en saamgetrokken wenkbrauwen zitten luisteren. Toen Valentin zweeg keek de haciendero op, greep de hand van den jager en drukte die met warmte.

„Beste vriend," antwoordde hij, „wat gij mij daar zegt, hebt gij mij moeten zeggen, uwe woorden hebben mij volstrekt niet geërgerd, des te minder, daar alleen uwe belangstelling en de vriendschap die gij mij toedraagt ze u hebben ingegeven; de opmerkingen die gij mij doet, heb ik mij zeiven reeds gedaan, maar wat er ook gebeure, mijn besluit staat vast, ik ga niet terug voordat ik mijne dochter wedergevonden heb."

„Ik wist wel dat gij zoo zoudt antwoorden, don Miguel," riep de jager, „een vader kan zijn kind niet in handen der bandieten laten, zonder alle middelen om haar te bevrijden te hebben uitgeput; alleen was ik verplicht u te zeggen wat ik gezegd heb. Laten wij er dus niet verder over spreken, en houden wij ons op staanden voet bezig om het plan van onzen veldtocht op te maken."

„Oho!" riep de generaal half spottend, „daar ben ik benieuwd naar."

„Gij zult mij niet kwalijk nemen, generaal," antwoordde Yalentin, „maar de oorlog dien wij voeren is geheel verschillend van dien der beschaafde volken; in de woestijn is er geen ander middel om te triomfeeren dan list."

„Welnu het zij dan door list, dat is al wat ik verlang, te meer daar wij over zoo weinig middelen te beschikken hebben, dat ik niet weet hoe wij anders zouden doen."

„Dat is waar," hervatte de jager, „wij zijn slechts met ons vijven,

Sluiten