Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het begin af niets kunnen vernemen; maar wat Valentin en Curumilla betreft, die wisten weldra wat er gaande was.

Het was de woedende galop van een aantal paarden, die den grond wijd en zijd deden daveren als het gedreun van een rollenden donder.

Op eens klonken er woeste kreten in de nabijheid en vielen er ettelijke geweerschoten.

Achter de boomen verscholen, keken de vijf reizigers belangstellend uit.

Weldra zagen zij in de verte een man naderen op een heerlijken mustang, wit van het schuim en door een dertigtal Indiaansche ruiters vervolgd.

„Te paard!" kommandeerde Valentin zacht, „wij mogen dien man niet laten vermoorden."

„Hm!" mompelde de generaal, „wij spelen grof spel, zij zijn zoo talrijk."

„Ziet ge dan niet dat die man tot onze kleur behoort?" hervatte Valentin.

„Dat is waar," zei don Miguel, „wat er ook gebeure, wij mogen hem niet door die woeste Indianen laten ombrengen."

Intusschen naderden de vervolgde en zijne vervolgers meer en meer de plaats waar de jagers zich achter de boomen verscholen hadden.

De man dien de Indianen zoo scherp najaagden, richtte zich fier op in den zadel, en altoos in vollen ren doorrijdende, keerde hij zich van tijd tot tijd om en schoot zijn karabijn op de vijanden af.

Met ieder schot zag men een Indiaan vallen, waarop zijne kameraden met een vreeselijk gehuil en een hagelbui van pijlen en kogels antwoordden.

Maar de onbekende ruiter schudde minachtend het hoofd en vervolgde ongestoord zijn rit.

„Caspita!" riep generaal Ibanez, hem bewonderende, „dat is een dappere kerel!"

„Bij mijne ziel!" riep don Pablo, „het zou jammer zijn als hij gedood werd."

„"Wij moeten hem redden," zei don Miguel die het niet langer kon aanzien.

Valentin glimlachte vergenoegd,

„Ik zal bet beproeven," zeide hij; „te paard!"

Allen sprongen in den zadel.

„Vooreerst," hervatte Valentin, „houdt gij u schuil achter de struiken. Deze Indianen zijn Apachen; zoodra zij onder het schot komen, geeft gij allen tegelijk vuur, maar zonder u te \ertoonen."

Ieder spande thans den haan van zijn geweer en hield zich gereed.

Er volgde een oogenblik van stomme verwachting, het hart der jagers klopte hoorbaar.

Sluiten