Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebracht had, moest dona Clara, zoodra de eerste vlaag der droefenis begon te wijken, natuurlijk in hare omgeving iemand zoeken die haar vertroostte, en bij gebrek aan uitredding, het onafzienbare leed hielp dragen dat haar overstelpte.

En dit was werkelijk het geval, veel spoediger dan men onder hare omstandigheden zou hebben verwacht, dank zij de meewarige goedheid van Ellen, die in weinige uren, den gereeden toegang tot haar hart had gevonden.

De Roode-Ceder, dien dit niet ontging, meesmuilde in stilte bij de opkomende vriendschap tusschen de twee meisjes, ofschoon hij zich hield alsof hij er niets van bemerkte.

Het was zonderling, maar de Roode-Ceder, die onverbiddelijke scalpjager, die bijna niets menschelijks scheen te bezitten, die zich in de ongerechtigheid wentelde als een zeug in het slijk, kortom, wiens woestheid geen perken kende, bezat in den grond van zijn hart een gevoel dat hem op eene onweerstaanbare wijs weder aan de groote menschen-familie verbond, namelijk zijne onbeperkte liefde voor Ellen, die hij, om zoo te zeggen, beminde als een tijger zijne jongen.

Dat teere kind was het eenigste schepsel daar zijn hart nog sneller voor kon kloppen; wel moet zij groot en sterk zijn geweest, de liefde die de Roode-Ceder voor haar gevoelde!

Het was een vereering die aan vergoding grensde. Een woord uit haar mond bracht vaak onbeschrijfelijke vreugde in het hart van den woesten bandiet. Een glimlach van hare rozenlippen maakte hem gelukkig. Door hare onweerstaanbare liefkoozingen en vleiende woorden, was het Ellen werkelijk gelukt, om in de woeste kooi der roofvogels die zijne familie uitmaakte eene onbepaalde heerschappij uit te oefenen.

De kuische kus die zijne dochter hem iederen morgen gaf, was als een zonnestraal die voor den geheelen dag het hart verwarmde van den gevreesden bandiet, voor wien iedereen beefde, terwijl hij zelf zou gebeefd hebben voor de minste frons op het gelaat van haar, in wier vroolijken blik al de vreugde en al het geluk van zijn leven gelegen was.

Met het grootste genoegen zag hij dus zijne dochter als zijne onschuldige medeplichtige optreden, om het vertrouwen zijner gevangene te winnen en hare vriendschap te verwerven. Volgens zijn begrip, was het teedere kind de zekerste gevangen bewaarster die hij aan dona Clara kon toevoegen, üm derhalve zoo veel mogelijk alles te begunstigen wat deze vriendschap kon aanwakkeren, had hij er willens de oogen voor gesloten en veinsde hij, gelijk wij reeds gezegd hebben, van de betrekking tusschen de twee meisjes niets te weten.

Het was Ellen die het gesprek van den monnik en den gambusino had afgeluisterd.

Op het oogenblik dat zij de hut weder zou ingaan, hoorde zij

Sluiten