Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zal hij u kunnen zeggen dat deze man, met een dolksteek in de borst, in een straat te Santa-Fé gevonden en door mij gered is."

„Inderdaad, dat is zoo," zei de jongman, „vader Seraphin en ik hadden den ongelukkige, die geen teeken van leven meer gaf, opgenomen en in een huis gebracht; u alleen is het gelukt hem de spraak weder te geven en tot het leven terug te roepen."

„Al de overigen zijn in hetzelfde geval,"vervolgde de onbekende, „door hun eigen volk uitgeworpen of door hunne vijanden met den dood bedreigd, namen zij hun toevlucht tot mij en ontving ik hen als redder. Na u dit eene punt te hebben opgehelderd, is er nog een, dat ik u mede moet toelichten, opdat er tusschen ons geen schaduw van verdenking meer overblijve en gij mij uw volle vertrouwen kunt schenken."

De aanwezigen bogen met eerbied.

„Waartoe zou het dienen?" riep Valentin; „het is reeds genoeg; ieder in deze wereld heeft zijne geheimen, cabellero. Wij vragen niet naar de uwen. Wij zijn saacn verbonden door een der sterkste banden die de mensehen vereenigen kunnen, namelijk door gemeenschappelijken haat tegen een booswicht, aan wien wij gerechtigheid willen oefenen en ons verlangen te wreken. Wat hebben wij meer noodig?"

„Met uw geëerd verlof, caballeros," antwoordde de Zoon des Bloeds, „in de woestijn zoowel als in de beschaafde maatschappij der steden, kent men licht de menschen met welke men toevallig in aanraking komt. Ik sta er dus op, dat gij weet wat de macht, over welke ik te beschikken heb, beteekent, eene macht die gij, don \ alen tin, met recht zeer geducht hebt genoemd; zij dient mij als politie om voor de orde en veiligheid in de woestijn te waken. Ja, door de wereld verstooten, heb ik mij voorgenomen mij aan haar te wreken, door de vrijbuiters der prairiën te vervolgen en te verdelgen, die er de reizigers aanvallen en de karavanen uitplunderen; het is eene moeielijke taak die ik ondernomen heb, dat verzeker ik u, want in het Verre Westen wemelt het van schurken; maar ik voer tegen hen een verdelgingsoorlog en zoo lang God het gedoogt, zal ik dien volhouden, zonder verdrag of genade."

„Ik had reeds gehoord van hetgeen gij ons daar zegt," antwoordde Valentin. „Ziedaar! heer en meester, neem dit van ganscher harte," vervolgde hij, hem met geestdrift de volle hand toestekende. „De man die aldus zijne aardsche roeping begrijpt, kan niet anders dan edel en rechtschapen zijn, en ik zal het steeds als een geluk beschouwen onder zijne vrienden geteld te worden."

„Ik zeg u dank," antwoordde de Zoon des Bloeds, zichtbaar geroerd, „ik zeg u dank voor dit woord, dat mij rijkelijk betaalt voor zoo vele teleurstellingen en misrekeningen als ik ondervinden moest. Thans kent gij mij en de mannen die ik bij mij heb, caballeros, en ik stel hen ter uwer beschikking. Doe er mede

Sluiten