Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De prairie lag voor hen, onafzienbaar, vlak, kaal en zonder een boom of heuvel tot aan den versten horizont, en nauwelijks zouden zij een paar honderd passen gereden hebben, of de gansche bevolking van het dorp, verzameld om de plechtigheid van den talisman bit te wonen, moest hen ontwijfelbaar opmerken.

Hun toestand was dus allerhachelijkst en gevaarlijkst.

De twee vluchtelingen wisten het wel; zij verdubbelden dus in ijver en braveerden stoutmoedig den dreigenden nood.

Op eens scheurde een lange vervaarlijke kreet van woede het luchtruim.

„Houd moed!" zeide het opperhoofd tegen dona Clara.

„Dien heb ik!" antwoordde het meisje, met de tanden gesloten en haar paard, zoo mogelijk, nog sterker aansporende; „levend krijgen zij mij niet!"

Intusschen hadden de Apachen, die uit hun dorp waren getrokken om een godsdienstig feest bij te wonen, geene wapens medegenomen. De paarden stonden natuurlijk in de stallen. Dit schonk den vluchtelingen meer dan een uur uitstel.

Nauwelijks echter hadden de Indianen de vlucht der jonge Mexicaansche ontdekt, of de plechtigheid werd gestaakt en allen liepen ijlings naar het dorp, schreeuwende om hunne wapenen en paarden.

Na verloop van eenige minuten zaten de vlugsten reeds in den zadel en galoppeerden de prairie in, den Arends-Veer en dona Clara achterna.

De beroemdste paardrijders in Europa kunnen zich nauwelijks een bijkomend denkbeeld maken van hetgeen eene vervolging in de prairie beteekent. De Indianen zijn de eerste paardrijders van de wereld. Aan hunne paarden als geklonken, die zij met de bedrevenste hand en de stevigste knieën onophoudelijk drukken, steunen en voorthelpen, zijn zij er geheel mede vereenzelvigd, deelen er om zoo te zeggen, als door een magnetischen stroom, hunne drift aan mede, en verrichten als de Centauren uit de fabeleeuw wonderen van rijkunst; geen rotsblokken noch ravijnen, holle wegen, noch stroomen, niets stuit of vertraagt hunne woedende vaart, die aan het bovennatuurlijke grenst; als een levende wervelwind doorvliegen zij de ruimte met duizelingwekkende snelheid, en omhuld door een wolk van stof.

Vijf uren gingen op deze wijze voorbij, zonder dat de vluchtelingen, op den hals hunner paarden gebogen, een oogenblik konden verpoozen.

De paarden, half verdwaasd en uitzinnig, de huid wit van het schuim en met bloedige neusgaten, snoven en hijgden van schrik en uitputting, hunne lillende spieren en wankelende schenkels konden hen nauwelijks meer dragen, en toch, aangevuurd door hunne ruiters, scheen de ruimte voor hen niet te bestaan, als begrepen zij bij instinct dat de troep Indianen, die hen reeds op korter afstand nazette, steeds talrijker en talrijker werd.

De Roovers der Prairiën. 6

Sluiten