Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met te veel kracht naar het eiland dreef, of dat de Indianen, hetgeen wel het waarschijnlijkste was, hunne gesneuvelde broeders wilden wreken, in allen geval, zij drongen voorwaarts.

Ditmaal was het wachtwoord gegeven door Valentin.

De Apachen zetten dus op het eiland voet aan wal, zonder verontrust te worden. Zij stormden terstond voorwaarts, hunne knodsen zwaaiend en onder het aanheffen van hun gewonen oorlogskreet.

Maar zij werden met de kolf der geweren ontvangen en in het water teruggeworpen, waarin zij verdronken, of nedergebeukt, eer zij tijd hadden om drie passen op het eiland te vorderen.

„Zie zoo!" zei Valentin koeltjes, „nu zijn wij ten minste vrij voor den geheelen nacht; ik ken de Roodhuiden, eens afgeslagen, vallen zij niet voor de tweede maal aan. Don Pablo, wilt gij donaClara waarschuwen? Shaw en de Arends-Veer zullen de prauw gereed maken, en als gij er niets tegen hebt, vertrekken wij oogenblikkelijk."

Curumilla was echter reeds naar de rivier gegaan, om de boot op een geschikter landingspunt te brengen dan tusschen de hooge biezen en struiken waar zij verborgen lag.

Maar toen hij er in wilde springen, meende hij te bespeuren dat zij zich zachtjes van den oever verwijderde.

Hier over verwonderd, liet de Ulmen zich in het water glijden om de oorzaak dier onwillekeurige beweging na te gaan.

De prauw verwijderde zich echter meer en meer van den oever en was weldra vijf of zes ellen ver van het eiland af.

Reeds geheel buiten het hooge gras en de biezen, zag hij haar in plaats van met den stroom benedenwaarts, veeleer rechtlijnig er tegen in drijven, zoodat het niet anders kon of er moesteen verborgen, hetzij menschelijke of bovennatuurlijke reden voor bestaan.

Met toenemende verbazing en nieuwsgierigheid besloot Curumilla te onderzoeken wat er de oorzaak van was, en hij zwom zoo stil mogelijk naar den voorsteven der prauw.

Alles werd hem op eens duidelijk.

Een lang touw, dat dienen moest om de prauw aan de landingsplaats vast te maken en te beletten dat zij met den stroom afdreef, hing over den neb der boot in het water; een Apache had er het eind van tusschen de tanden genomen en zwom zoo snel hij kon in de richting van het kamp, de prauw achter zich voortsleepende.

„Mijn broeder zal wel moede zijn," zei Curumilla spotachtig, hem op den schouder kloppende, „hij moest mij ook eens eene beurt geven om de kano te sturen."

„Ooah!" schreeuwde de Indiaan met eene benauwde stem en oogenblikkelijk het touw loslatende dook hij onder water.

Curumilla dook hem na

Gedurende eenige seconden zag men de rivier in de diepte sterk bewegen, maar weldra kwamen de twee mannen weder boven.

Curumilla had den Apache bij de keel vast.

Hij nam zijn mes, stiet het den Indiaan tweemaal in het hart,

Sluiten