Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de snerpende en doordringende oorlogskreet der Apachen. Er vielen op korten afstand geweerschoten, en de Indiaansche ruiters stormden bliksemsnel op de Comanschen af, onder het zwaaien hunner wapens en het aanheffen van een vervaarlijk gehuil.

De Zwarte-Kat, aan het hoofd van meer dan vijfhonderd krijgslieden, had de feestvierende Comanchen overrompeld.

Het dorp was reeds door de Apachen ingenomen.

Nu geraakte alles in rep en roer, en er volgde een tooneel van verwarring dat zich niet laat beschrijven.

De vrouwen en kinderen liepen in alle richtingen uiteen, door de woeste vijanden vervolgd, die hen zonder genade vermoordden en scalpeerden, terwijl de krijgslieden, meerendeels slecht of geheel ongewapend, zich met moeite konden verzamelen om een hopeloozen maar schier onmogelijken weerstand te bieden.

De jagers, die zooals wij gezegd hebben, op het dak der hut zaten om den dans aan te zien, bevonden zich in een allergevaarlijksten toestand; gelukkig voor hen, hadden zij uit gewoonte, als woudloopers, hunne wapens bij zich gehouden.

Yalentin had zijne veege stelling met een oogopslag overzien.

Hij begreep, zoo er geen wonder gebeurde, dat zij allen verloren waren.

Zijne kameraden zoowel als hij zelf plaatsten zich voor de verschrikte dona Clara, om haar met lijf en leven te beschermen; vast besloten om zich voor haar op te offeren, laadde hij zijn geweer, en het woord tot zijne vrienden richtende zeide hij met eene ferme stem:

„Kinderen! het is hier niet meer de vraag om te overwinnen, maar om te sterven."

„Sterven wij dan," antwoordde don Pablo fier.

En met een forschen kolfslag beukte hij den Apache neer, die reeds bezig was om de calli te beklimmen waar hij en zijne kameraden zich op bevonden.

XX.

EEN STRIJD OP LEVEN OF DOOD.

Om onzen lezers de oorzaak van dezen onverhoedschen storm der Apachen op het dorp der Comanchen behoorlijk toe te lichten, zijn wii verplicht naar den Roode-Ceder terug te keeren.

De Zwarte-Kat had, zooals wij aan het slot van ons XIde hoofdstuk gezien hebben, den raad verlaten om zich naar de vrijbuiters te begeven.

Deze waren terstond gereed hem te volgen.

Intusschen, daar de Roode-Ceder zag dat de buitengewone

Sluiten