Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn hart in zijne borst voelde beklemmen, zonder dat hij in staat was om zich van dit gevoel reden te geven.

Rondom hem was alles kalm, het was nacht.

De hemel, met duizend tintelende sterren bezaaid, spande boven zijn hoofd zijn diep blauw koepeldak.

Bij tusschenpoozen vermengde het gehuil der coyotes zich met het schorre geloei der bisons en het heesch gebrul der jaguars die naar hun prooi zochten.

Don Stefano reed steeds voort,over den hals van zijn paard gebogen, met bleek voorhoofd en hijgende borst, luisterend naar de duizenden geluiden der eenzaamheid en nu en dan met een vurigen blik, om de duisternis te doordringen die het punt voor hem verborgen hield, waar hij met de snelheid van een wervelwind werd heengevoerd.

Na zes uren rijdens, met een vaart waarvan een Europeesch ruiter geen denkbeeld heeft, slaakte de Mexicaan op eens een jammerkreet van smart, en met een krachtigen ruk hield hij zijn paard in, dat bedekt met zweet nauwelijks op de bevende schenkels staande bleef.

Voor zich uit zag hij de Papagallo omgeven door een gordel van vlammen.

Dat heerlijke gebouw was niets meer dan een misvormde massa van rookende puinhoopen, die den hemel van verre kleurden met een somberen rooden gloed.

„Mijn broeder! o, mijn broeder!" riep don Stefano wanhopig.

Hij steeg af en ijlde voort naar het brandende gebouw.

Een akelige stilte heerschte over de haciënda; bij iederen voetstap stiet de Mexicaan, op half door het vuur verteerde vreeselijk verminkte lijken.

Radeloos van smart en woede, de haren en kleederen verzengd door de vlammen, die hem onophoudelijk in den weg kwamen, vervolgde don Stefano zijn onderzoek.

Wat of hij zoeken mag in dit rampzalige knekelhuis?

Hij wist het zelf niet, maar hij zocht steeds voort.

Geen geluid, geen kreet, geen zucht! overal de stilte des doods!

Eene stilte die het hart doet bonzen en den moedigsten mensch van vrees doet huiveren.

Wat was er dan gedurende de afwezigheid van don Stefano gebeurd?

Welke vijand had na zoo weinige uren, de haciënda in een puinhoop verkeerd?

De eerste tinten des dageraads begonnen den horizont te schakeeren met haar vluchtigen opaalglans; de hemel nam allengs die roodachtige kleuren aan die de opkomst der zon aankondigen; de geheele nacht was voor don Stefano in vruchteloos zoeken voorbijgegaan; hij mocht vrij de puinhoopen ondervragen, zij bleven stom als het graf.

De Mexicaan, door treurigheid overstelpt en gedwongen zijn onmacht te erkennen, sloeg een blik van wanhoop ten hemel en

Sluiten