Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liet zich op den geblakerden grond nederzinken, hij verborg zijn gelaat met beide handen en weende!

Het was een hartverscheurend gezicht, dien jongen man, sterk en moedig als een leeuw, in stilte te zien weenen op de rookende aschhoopen, die hij te vergeefs hun geheim poogde te ontrukken.

Eensklaps stond don Stefano op, zijn oog schitterde en zijn gelaat toekende ontembare veerkracht.

„O!" riep hij met eene stem als een brullende jaguar: „wraak! wraak!"

Eene andere stem, die als uit het graf scheen op te komen beantwoordde op eens de zijne.

Don Stefano keerde zich sidderend om.

Nauwelijks twee passen van zich af zag hij de bleeke, misvormde en bloedende gestalte van zijn broeder, tegen het overblijfsel van een muur geleund, als een spook oprijzen.

„Ach!" gilde de Mexicaan naar hem toe ijlende.

„Gij komt te laat, broeder!" murmelde de gewonde met eene door den doodsstrijd gebroken, machtelooze stem.

„O! ik zal u redden, broeder!" riep don Stefano wanhopig.

„Neen," antwoordde don Pacheco, treurig het hoofd schuddend, „ik ga sterven, broeder, uw voorgevoel had u niet bedrogen."

„Hoop!" riep don Stefano.

En hiermede zijn broeder in de krachtvolle armen nemende, deed hij zijn best om hem al de zorg te verleenen die zijn toestand scheen te vorderen.

„Ik ga sterven, zeg ik u; alles is nutteloos," herhaalde don Pacheco, wiens stem steeds zwakker werd; „luister eens."

„Spreek."

„Gij zult mij wreken, niet waar, broeder?" sprak de stervende, wiens verglaasde blik voor het laatst fonkelde.

„Ik zal u wreken," antwoordde don Stefano; „dat zweer ik u bij den hemel!"

„Goed. Ik ben vermoord door mannen in het kostuum der Apachen, maar onder hen meende ik te herkennen

„Wie?"

„Wilke de Squatter, en Samuel zijn medeplichtige."

„Goed. Waar is uwe vrouw?"

„Dood! Mijne dochtertjes! mijne dochtertjes! red mijne dochters!" riep don Pacheco.

„Waar zijn zij?"

„Door de bandieten weggevoerd."

„O! ik zal ze wedervinden, al waren zij in het hart der aarde verborgen. Hebt gij niemand anders herkend?"

„Ja ja.... nog een " riep de stervende met nauwelijks

hoorbare stem.

Don Stefano bukte over zijn broeder om hem beter te kunnen verstaan.

Sluiten